Boekgegevens
Titel: Ver over zee: merkwaardige tochten en ontmoetingen ter zee en te land
Auteur: Goeverneur, J.J.A.
Uitgave: 's-Gravenhage: Joh. IJkema, 1872 *
Groningen: Gebroeders Hoitsema
Opmerking: Bevat o.a. 'Mijne omzwervingen in Mexico' en 'Beelden uit Ceylon'
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-197
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204150
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Azië, (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Midden- en Zuid-Amerika
Trefwoord: Sri Lanka, Mexico, Reisbeschrijvingen (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Ver over zee: merkwaardige tochten en ontmoetingen ter zee en te land
Vorige scan Volgende scanScanned page
127
C' uit en scheen nog meer te verlangen. Ik wierp hem weer
eenige stukken toe, die hij even gretig verslond; maar
zoodra ik op hem toetrad, week hij met groote snelheid
achteruit. Ik trachtte thans op eene andere wijze zijn ver-
trouwen te winnen ; maar al mijne, pogingen , om hem te
naderen, bleven vruchteloos , tot ik eindelijk, daar het reeds
donker begon te worden, naar huis moest terugkeeren.
Den volgenden dag ging ik op 't zelfde uur weer het
bosch in en vond den aap op dezelfde plaats , waar ik hem
den dag te voren ontmoet had. Zoodra hij mij in 't oog
kreeg , liep hij met levendige betooning van blijdschap voor
mij uit, tot hij eindelijk met zijne vroolijke sprongen dicht
bij mij kwam. Als door die toenadering zelf verschrikt,
klauterde hij toen echter eensklaps in een tweehonderd voet
hoogen boom op, zoodat hij recht boven mijn hoofd zweefde.
Om zijne bezorgdheid te verbannen, wierp ik , mijn weg
vervolgend, stukjes brood voor hem neer. Nu was hij in
een ommezien weer beneden en verslond die. Ik had dit-
maal ook eenige beschuiten meegebracht; een brak ik in
twee stukken, waarvan ik hem een voorwierp. Hij nam
en berook dat, maar liet het liggen. Toen ik echter eene
tw^eede deelde en de eene helft zelf at, knabbelde hij de
andere brokken met welgevallen op. Nu volgden de kluch-
tigste kabriolen en bokkesprongen , waardoor hij zijne blijd-
schap aan den dag legde. Nu eens huppelde hij als in den
dans, dan buitelde hij over den kop , en daarbij kwam hij
telkens van tijd tot tijd nader bij mij en stak zijn poot om
meer beschuit uit.
Alle namiddagen herhaalde zich deze ontmoeting ; ik ging
met volle zakken uit en kwam met leege terug. Telkens,
als Peter (zoo noemde ik den aap) eene nieuwe soort van
gebak of lekkers te proeven kreeg, verried hij hetzelfde
wantrouwen en at niet, voordat hij mij er van had zien eten.
Op een dag kwam Peter mij tegemoet loopen en legde
eenige fraaie kokosnoten voor mij neer. Ik opende twee