Boekgegevens
Titel: Ver over zee: merkwaardige tochten en ontmoetingen ter zee en te land
Auteur: Goeverneur, J.J.A.
Uitgave: 's-Gravenhage: Joh. IJkema, 1872 *
Groningen: Gebroeders Hoitsema
Opmerking: Bevat o.a. 'Mijne omzwervingen in Mexico' en 'Beelden uit Ceylon'
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-197
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204150
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Azië, (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Midden- en Zuid-Amerika
Trefwoord: Sri Lanka, Mexico, Reisbeschrijvingen (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Ver over zee: merkwaardige tochten en ontmoetingen ter zee en te land
Vorige scan Volgende scanScanned page
142
6. PETER.
't Was op een der heete zomerdagen, die aan het eiland
Ceylon eigen zijn, dat ik na afloop mijner werkzaamheden
in een dicht bij de zee en niet ver van mijne woning ge-
legen bosch wandelde. In den lommer der overoude boomen
was ik nog maar weinig honderd passen ver gegaan, toen
ik kort achter mij een geruisch vernam , alsof iemand met
zijn kleed langs de struiken schuurde. Ik stond stil en luis-
terde, en na eenig rondzien ontdekte ik tusschen de bladen
een paar flonkerende oogen, die mij met eene vriendelijke
uitdrukking aankeken. De kop, waartoe zij behoorden,
was nagenoeg volmaakt rond , de neus klein , maar geens-
zins plat, en twee roode lippen met twee rijen meltwitte
tanden voltooiden de trekken van een niet al te leelijk gezicht.
Terwijl ik nog stond te bedenken , welk schepsel het toch
wel zijn kon , stelde eene plotselijke beweging dat ten volle
aan mijne oogen bloot, 't Was een aap van meer dan vier
voet lengte, en wel een zoogenaamde pongo. Daar ik de
gewoonte had , om op mijne lange en eenzame wandelingen
een kleinen voorraad brood voor de vogels , die mij door
hunne kleurenpracht aantrokken , mee te nemen, haalde ik
een stuk uit den zak en wierp dat den aap voor. Deze
kwam als de wind van zijn boom neer, pakte het brood ,
besnuffelde het meermalen, keek eerst mij en dan weer het
brood met onrustige en vragende oogen aan , en liet het
eindelijk liggen. Ik wist, dat zulk wantrouwen eene eigen-
aardigheid der pongo's is, en nam dus een ander stuk
brood, at daar de eene helft van en wierp het toen bij het
ander neer. De aap tastte thans haastig naar het brood,
vluchtte er mee op zijn boom en verteerde zijn roof daar.
Vervolgens keerde hij ook naar het ander stuk brood terug,
besnuffelde het nogmaals en at het hierop met grooten smaak.
Toen hij het had opgepeuzeld, stak hij zijne hand naar mij