Boekgegevens
Titel: Ver over zee: merkwaardige tochten en ontmoetingen ter zee en te land
Auteur: Goeverneur, J.J.A.
Uitgave: 's-Gravenhage: Joh. IJkema, 1872 *
Groningen: Gebroeders Hoitsema
Opmerking: Bevat o.a. 'Mijne omzwervingen in Mexico' en 'Beelden uit Ceylon'
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-197
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204150
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Azië, (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Midden- en Zuid-Amerika
Trefwoord: Sri Lanka, Mexico, Reisbeschrijvingen (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Ver over zee: merkwaardige tochten en ontmoetingen ter zee en te land
Vorige scan Volgende scanScanned page
124
wat hij door harde woorden niet gedaan had kunnen krijgen,
verkreeg hij nu door onzen sinjeur rum en suiker te be-
loven. De olifant ging weer aan het werk en werkte zich
allengs hoog genoeg op, om uit den kuil op vasten grond
te kunnen stappen. Ook bij dit voorval kwamen bij beide
olifanten redelijke krachten in het spel, die men zeker bij
geen ander dier aantreft.
Voor de Europeeërs op het eiland Ceylon is de olifanten-
jacht eene wel gevaarlijke , maar daarom dubbel aantrek-
kende uitspanning. Dr. Hoffmeister, de lijfarts van den
prins Waldemar van Pruisen , verhaalt daar het volgende van:
„Alle morgen gingen wij , voordat de nacht voor de
schemering geweken was, onder aanvoering van majoor
Rogers , den beroemdsten olifantenjager op Ceylon , op weg,
om olifanten op te zoeken, die daar in groote kudden waren
aan te treffen. Zoodra de ons vergezellende inboorlingen
de nabijheid der olifanten bemerkten en ons dit door seinen
te kennen gaven, werd afgezeten en verdeelden de jagers
zich in het struikgewas, terwijl ik met mijn dienaar op de
verzamelplaats bleef. Het gerucht, dat een olifant in zijn
loop maakt, kan men wel een half uur ver hooren, en
eene geheele kudde veroorzaakt een rumoer, alsof eene lawine
op een bosch neerplofte, 't Ontzettend geschrei, dat den
versterkten toon eener gescheurde trompet gelijkt, laat de
olifant op het oogenblik hooren, dat hij zich omwendt, om
zijn vijand te vermorzelen of zelf den doodenden kogel te
ontvangen. Ik wist daarom ook altijd uit de verte, wanneer
liet oogenblik des gevaars gekomen was. Op zekeren dag
was ik de jagers gevolgd, wijl het op den oneffen en rots-
achtigen grond gevaarlijk was, alleen achter te blijven. Op
eens kraakte het rechts en links; achter ons klonk het
ontzettend trompetgeluid, en voor ons drong reeds de kop
van een geweldig dier door de struiken. Wij stonden op
eene gladde , slechts weinig voet boven den grond verheven
rots, en nergens was eene toevluchtsplaats te ontdekken.