Boekgegevens
Titel: Ver over zee: merkwaardige tochten en ontmoetingen ter zee en te land
Auteur: Goeverneur, J.J.A.
Uitgave: 's-Gravenhage: Joh. IJkema, 1872 *
Groningen: Gebroeders Hoitsema
Opmerking: Bevat o.a. 'Mijne omzwervingen in Mexico' en 'Beelden uit Ceylon'
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-197
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204150
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Azië, (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Midden- en Zuid-Amerika
Trefwoord: Sri Lanka, Mexico, Reisbeschrijvingen (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Ver over zee: merkwaardige tochten en ontmoetingen ter zee en te land
Vorige scan Volgende scanScanned page
120
dat noch palen, noch touwen te zien zijn en het geheel
't aanzien van eene natuurlijke heg heeft. Naar deze om-
heining leiden van alle zijden lange , bochtige wegen , die
aan weerskanten met soortgelijk vlechtwerk omheind en
slechts zoo breed zijn , dat een olifant er doorgaan , maar
niet omkeeren kan. Buitendien zijn er nog smaller paden,
waarlangs de jagers, als zij door een olifant vervolgd worden,
zich redden kunnen. De binnenste ruimte zelve bestaat weer
uit kleiner afdeelingen tot opneming der verschillende olifanten,
en aan het tegenovergesteld einde is een recht pad, langs
'twelk de gevangen dieren, als zij gebonden zijn , uitgeleid
worden.
Zoodra deze toebereidselen voltooid zijn, komen op den
bepaalden dag duizenden van Singaleezen samen , omsingelen
het geheele bosch en dringen in een wijden kring naar den
kant op , waar de omheining is. Met trommen en andere
instrumenten een leven als een oordeel makende, drijven zij
de olifanten langzaam voor zich uit. Ieder drijver is met
een vuui-geweer gewapend, om zich op zijn marsch tegen
de aanvallen der tijgers, wilde zwijnen en slangeft te kunnen
verdedigen. Zoodra de olifanten op hunne vlucht aan de
kunstige wegen komen, die naar de omheining leiden,
worden zij schrikachtig; want het veranderde aanzien der
plaats ontgaat hunne scherpzinnigheid niet. Hoewel zij
echter eenig gevaar vermoeden, laat het schreeuwen der
drijvers hun toch geene keus. Zij gaan in de smalle gangen
op en volgen die, daar omkeeren onmogelijk is, tot de
groote omheining. Nu worden hun tamme olifanten nage-
zonden en alle toegangen versperd, met uitzondering van
de smalle paden voor de jagers. Deze rukken dan van alle
zijden op , om de gevangen dieren van elkaar te scheiden
en hen afzonderlijk in de kleiner afdeelingen te drijven,
die binnen de omheinde ruimte zijn. Dit geschiedt hoofd-
zakelijk door de hulp der getemde dieren , die hunne Wilde
makkers met veel overleg van elkander scheiden en langzaam