Boekgegevens
Titel: Ver over zee: merkwaardige tochten en ontmoetingen ter zee en te land
Auteur: Goeverneur, J.J.A.
Uitgave: 's-Gravenhage: Joh. IJkema, 1872 *
Groningen: Gebroeders Hoitsema
Opmerking: Bevat o.a. 'Mijne omzwervingen in Mexico' en 'Beelden uit Ceylon'
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-197
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204150
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Azië, (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Midden- en Zuid-Amerika
Trefwoord: Sri Lanka, Mexico, Reisbeschrijvingen (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Ver over zee: merkwaardige tochten en ontmoetingen ter zee en te land
Vorige scan Volgende scanScanned page
119
dan, als hij zichzelf of zijnsgelijken te verdedigen heeft.
Hij gaat steeds in gezelschap, en daar hij tegen de twee-
honderd jaar oud wordt, mag men aannemen, dat de gan-
sche kudde , waarbij hij zich ophoudt, tot éene en dezelfde
familie behoort. De oudste gaat voor den troep uit; de
in leeftijd op hem volgende sluit dien, om te waken , dat
geen achterblijft of afdwaalt; de sterksten houden zich aan
de zijden, de wijfjes en de jongen gaan in het midden.
Deze orde houden zij echter slechts dan , als zij eenig ge-
vaar duchten; waar niets te vreezen is, loopen zij in onge-
regelde hoopen rond. Bejegent hun een mensch, dan zien
zij hem rustig en zonder vrees aan en laten hem ongemoeid
voorbijgaan. Waagt men echter, hen op eenige wijze te
tergen, dan werpen zij zich in blinde woede op hunnen
vijand, doorboren hem met hunne tanden, pakken hem met
dö slurf, slingeren hem hoog in de lucht en vermorzelen
hem onder hunne voeten.
Als eene olifantenkudde in eene bebouwde landsti'eek komt,
verwoest zij die gewoonlijk in den tijd van weinig uren.
Elk dezer • dieren heeft namelijk dagelijks anderhalven cen-
tenaar tot voeding noodig; maar meer nog, dan tot stilling
van hun honger wordt vereischt, vernielen zij door hunne
ontzettende voeten. Mocht de bezitter van den akker op
de gedachte komen , om binnen uit zijne woning op hen te
vuren, dan werpen zij zich met onweerstaanbare kracht op
het huis en werpen het gewoonlijk bij den eersten aanloop
omver, daar de lichtgebouwde wanden het geweld van den
stoot slechts zelden weerstaan.
De wijze, waarop men op Ceylon de olifanten vangt, is
de volgende :
Verscheiden maanden voor den tot de jacht bestemden
dag omgeeft men een aan den rand van een dicht woud
gelegen vijver met eene hooge en sterke heining. De palen
worden vast in de aarde geheid, met dikke touwen ver-
bonden en dusdanig met boomtakken doorvlochten en bedekt,