Boekgegevens
Titel: Ver over zee: merkwaardige tochten en ontmoetingen ter zee en te land
Auteur: Goeverneur, J.J.A.
Uitgave: 's-Gravenhage: Joh. IJkema, 1872 *
Groningen: Gebroeders Hoitsema
Opmerking: Bevat o.a. 'Mijne omzwervingen in Mexico' en 'Beelden uit Ceylon'
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-197
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204150
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Azië, (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Midden- en Zuid-Amerika
Trefwoord: Sri Lanka, Mexico, Reisbeschrijvingen (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Ver over zee: merkwaardige tochten en ontmoetingen ter zee en te land
Vorige scan Volgende scanScanned page
118
Over de muskieten en het kleiner ongedierte, dat Ceylon
met de overige landen der heete zone gemeen heeft, be-
hoeven wij niet uitvoerig te spreken, ofschoon zich van de
ongelooflijke menigte daarvan wonderlijke dingen lieten ver-
tellen. Daarentegen verdient eene voor het eiland eigenaar-
dige plaag vermelding. Geheel Ceylon wemelt namelijk van
zwarte, roode en witte mieren, die overal de grootste ver-
woestingen aanrichten en niet zelden het instorten vau
huizen veroorzaken , door de balken geheel stuk te knagen.
De meeste schade doen nog de witte mieren. Wanneer
deze een huis overvallen, zijn zij in staat, in een nacht
niet alleen al de levensmiddelen, maar ook alle kleeding-
stukken , schoenen, laarzen, bedden en reiskoffers, die
onder haar bereik komen, te verteren.
5. DE OLIFANT.
De olifant is nergens zoo leerzaam en bereikt in geen
ander land zulk eene grootte, als op Ceylon, waar hij niet
alleen in tallooze kudden de wouden en wildernissen be-
woont , maar ook als het nuttigste van alle huisdieren voor
den mensch van het grootste gewicht is.
De kracht van dit geweldig dier evenaart zijne grootte,
want het kan om de veertig centenaars dragen en dertig
tot veertig menschen in draagzetels vervoeren. Met zijne
vreeselijke slagtanden splijt de olifant boomen van twee voet
lengte en haalt ze met wortel en al uit. Zijn gang is log
en daarbij toch zoo snel, dat hem , als hij in langzamen
stap gaat, geen paard anders dan in draf kan volgen,
terwijl hij, het op een loopen zettende, ook den besten
Engelschen renner inhaalt.
Niettegenstaande zijne bewonderenswaardige kracht, waar-
mee hij hoog struikgewas als grashalmen neertrapt, is hij
toch geenszins wreed of wild. Van natuur zacht en ge-
zellig, bedient hij zich van zijne geduchte wapens slechts