Boekgegevens
Titel: Ver over zee: merkwaardige tochten en ontmoetingen ter zee en te land
Auteur: Goeverneur, J.J.A.
Uitgave: 's-Gravenhage: Joh. IJkema, 1872 *
Groningen: Gebroeders Hoitsema
Opmerking: Bevat o.a. 'Mijne omzwervingen in Mexico' en 'Beelden uit Ceylon'
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-197
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204150
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Azië, (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Midden- en Zuid-Amerika
Trefwoord: Sri Lanka, Mexico, Reisbeschrijvingen (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Ver over zee: merkwaardige tochten en ontmoetingen ter zee en te land
Vorige scan Volgende scanScanned page
115
zijn prachtigen en overvloedigen plantengroei boven de meeste
landen der aarde uitmunt.
Na de olifanten , die hier eene buitengewone grootte be-
reiken en op wie wij later terugkomen , zijn er de paarden
en de ossen als de gewichtigste huisdieren te noemen. Van
de paarden bedient men zich hier alleen tot rijden en in
de grootere steden tot het trekken van lichte wagens; zij
onderscheiden zich door kracht en levendigheid en zijn daarbij
zoo moedig , dat zij hunne meesters , als die op reis door
een wild dier worden aangevallen, met eigen opoffering
verdedigen. De ossen wordenhoe klein ook , vooral tot
het vervoeren van zware lasten gebruikt; zij hebben een
smakelijk en voedend vleesch , dat voornamelijk door de
op het eiland gevestigde Europeeërs wordt gegeten, daar
de inlanders verreweg de voorkeur geven aan varkens-
vleesch.
Sterker en grooter dan de ossen zijn de buffels , die
zoowel in tammen als in wilden staat in groote menigte
voorkomen. De buffel is een boos, kwaadaardig en koppig
dier, dat, ook als het getemd en tot trekken afgericht is,
zijne wilde natuur nooit geheel aflegt. Zijn breede kop met
de dikke , zwarte horens en de vurige oogen, zijne korte
en dikke pooten, zijne vuil grauwe, met dunne borstels
bedekte huid en zijne ruige maan geven hem een woest,
afschrikkend aanzien. Is het omgaan met een afgerichten
buffel reeds bedenkelijk, zoo is eene ontmoeting met wilde
buffels , van welke in de bosschen van het binnenland tal-
rijke kudden omzwerven, wezenlijk gevaarlijk. Eigenaardig
is de wijze, waarop deze dieren hunnen vijand aanvallen.
Zij bedienen zich namelijk van hunne horens niet als onze
ossen, maar stuiven met het voorhoofd op het voorwerp
van hunnen haat in, werpen het ter aarde, trappen het
met de voeten, vallen dan op hunne knieën neer en trachten
het zoo met hunne horens te doorboren. Niets maakt hun
toorn meer gaande, dan de roode kleur, en Engelsche sol-
8*