Boekgegevens
Titel: Ver over zee: merkwaardige tochten en ontmoetingen ter zee en te land
Auteur: Goeverneur, J.J.A.
Uitgave: 's-Gravenhage: Joh. IJkema, 1872 *
Groningen: Gebroeders Hoitsema
Opmerking: Bevat o.a. 'Mijne omzwervingen in Mexico' en 'Beelden uit Ceylon'
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-197
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204150
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Azië, (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Midden- en Zuid-Amerika
Trefwoord: Sri Lanka, Mexico, Reisbeschrijvingen (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Ver over zee: merkwaardige tochten en ontmoetingen ter zee en te land
Vorige scan Volgende scanScanned page
114
geriugen schrik de vinnen van een geweldigen haai in
't oog kreeg, die maar weinig ellen boven mijn hoofd stond.
Een tweede oogopslag overtuigde mij, dat mijn puntige stok
tegenover dien vijand een nutteloos wapen was; want het
wangedrocht had een muil, om mij zelf tegelijk met mijn
stok in te slokken. Evenwel gaf ik den moed nog niet
verloren. Ik geloofde namelijk, dat het beest, zonder mij
bemerkt te hebben, slechts toevallig op deze plaats kwam,
en zwom dus om de rots heen, tot ik op de tegenover
gestelde zijde was. Hoe groot was echter mijne ontzetting,
toen ik ook hier bij den eersten blik, dien ik opsloeg, den
haai zag, die, als de valk boven de duif, dicht boven mijn
hoofd zweefde en met gretige oogen al mijne bewegingen
volgde, terwijl hij den muil beurtelings wijd opende en weer
sloot. Ik was al zoo lang onder water geweest, dat ik
het niet langer uithouden kon, en had dus de keus tusschen
te stikken of levend verscheurd te worden. Eeeds gaf ik
mij verloren, toen ik eensklaps eene holte in den rotswand
ontdekte, die met zand gevuld scheen. Die bereikt hebbende,
begon ik met mijn stok in dat zand te roeren. Weldra
was het water om mij toe zoo troebel, dat ik mijn vijand
en deze mij niet meer zien kon. Nu zwom ik met inspan-
ning mijner laatste krachten in waterpasse richting een eind
voort, werkte mij toen ijlings naar boven en kwam be-
houden, schoon doodaf, aan de oppervlakte. Gelukkig was
eene boot in de nabjjheid, wier bemanning wel dadelijk
zien moest, in welk gevaar ik verkeerde. Zij haalden mij
haastig in en hieven, om het monster te verdrijven, een
luid geschreeuw aan, waarop wij dadelijk naar den oever
roeiden.
4. DE DIERENWERELD OP CEYLON.
Wij hebben reeds gezegd, dat Ceylon even zeer door den
rjjkdom en de verscheidenheid zijner dierenwereld, als door