Boekgegevens
Titel: Ver over zee: merkwaardige tochten en ontmoetingen ter zee en te land
Auteur: Goeverneur, J.J.A.
Uitgave: 's-Gravenhage: Joh. IJkema, 1872 *
Groningen: Gebroeders Hoitsema
Opmerking: Bevat o.a. 'Mijne omzwervingen in Mexico' en 'Beelden uit Ceylon'
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-197
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204150
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Azië, (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Midden- en Zuid-Amerika
Trefwoord: Sri Lanka, Mexico, Reisbeschrijvingen (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Ver over zee: merkwaardige tochten en ontmoetingen ter zee en te land
Vorige scan Volgende scanScanned page
112
men op Ceylon ook nog koene mannen, die, in hoop op
rijke winst, zonder eenige hulpmiddelen de oesterbanken
bezoeken en op eigen hand en zonder toestemming der
regeering naar parels zoeken. Een zoodanige geeft van de
gevaren van zijn beroep de volgende beschrijving.
"Wie zelf geen zwemmer is, kan zich niet voorstellen,
hoe bezwaarlijk het is, diep onder water te duiken. Toen
ik dat voor 'teerst beproefde, kwam ik niet dieper dan
acht tot tien voet, en toen tilde mij het water met zulk
een geweld omhoog, dat ik weer boven was , voordat ik
het zelf wist. Later leerde ik wel, door het geweld van
mijn sprong twintig tot dertig voet in het water indringen
en mij dan door vlugge bewegingen met handen en voeten
in deze diepte houden; doch nu veroorzaakte de di-ukking
van het water mij zoo hevige pijn in de ooren, dat het
mij was, alsof mij daar met een spits, gloeiend ijzer in
gepriemd en geboord werd. Deze pijn herhaalde zich bij
iedere proefiieming en nam toe, hoe dieper ik doök. Reeds
was ik besloten , mij niet meer aan die marteling bloot te
stellen, toen een oud duiker mij verzekerde, dat, als de
ooren mij maar eerst geborsten waren, ik zonder hinder zoo
diep zou kunnen gaan, als ik zelf verkoos. Ik begreep niet,
wat de man daarmee bedoelde; doch toen ik weer in het
water kwam en het door ontzettende inspanning tot mis-
schien veertig voet diepte had gebracht, verbeeldde ik mij,
op eens een geweldigen knal te hooren, juist of vlak bij
mijn oor een kanon gelost werd. Op 't zelfde oogenblik
hield alle pijn op; ik kon zonder eenig bezwaar zoo lang
onder water blijven, als ik den adem vermocht in te hou-
den, en zette alzoo mijne oefeningen nu met vernieuwden
ijver voort. Eindelijk was ik zoo gelukkig, den bodem der
hier zestig tot zeventig voet diepe zee te bereiken en de
eerste vracht schelpen behouden boven te brengen.
Hierdoor aangemoedigd, oefende ik mij met toenemenden
ijver en had het spoedig zoo ver gebracht, dat ik met de