Boekgegevens
Titel: Ver over zee: merkwaardige tochten en ontmoetingen ter zee en te land
Auteur: Goeverneur, J.J.A.
Uitgave: 's-Gravenhage: Joh. IJkema, 1872 *
Groningen: Gebroeders Hoitsema
Opmerking: Bevat o.a. 'Mijne omzwervingen in Mexico' en 'Beelden uit Ceylon'
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-197
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204150
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Azië, (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Midden- en Zuid-Amerika
Trefwoord: Sri Lanka, Mexico, Reisbeschrijvingen (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Ver over zee: merkwaardige tochten en ontmoetingen ter zee en te land
Vorige scan Volgende scanScanned page
110
hun lichaam met olie in en stoppen zich ooren en neusga-
ten dicht, om het indringen van het water te beletten,
terwijl anderen weer in 't geheel geen voorzichtigheidsmaat-
regelen gebruiken.
Onder al de gevaren, waaraan de duiker bij zijn gevaar-
lijk bedrijf bloot staat, is in zijn oog geen vreeselijker dan
het in aanraking komen met een haai. De schrik voor
dezen gevaarlijken vijand is zoo groot, dat de duikers bijna
altijd tot bovennatuurlijke middelen hunne toevlucht nemen.
Zoo gaan zij nooit onder water, als niet een toovenaar in
de nabijheid is, die door zijne bezweringsformulieren de
haaivisschen op een eerbiedigen afstand houdt. Het geloof
aan de macht dezer bezweerders staat onder de duikers zoo
vast, dat het ook door de vele ongelukken, die jaarlijks
voorkomen, niet geschokt wordt. Zoo werd voor eenige
jaren eenen duiker, die zich in 'tvaste vertrouwen op de
bescherming van een toovenaar in het water had neergela-
ten, door een haai een been afgebeten. Toen men den
ongelukkige in zijne boot had gesleept, verklaarde de too-
venaar , dat eene hem wel bekende heks, die den dag te
voren van het vaste land was overgekomen, door hare
tegenbezwering zijn banvloek krachteloos had gemaakt; in-
dien hij dat vroeger had geweten, zou 'tvoor hem eene
kleinigheid zijn geweest, dat ongeluk te beletten; voortaan
wilde hij de haaivisschen nu echter zoo krachtig bespreken;
dat zich gedurende den overigen vangtijd geen enkele meer
zou durven vertoonen. Het geluk wou, dat de profetie van
den man vervuld werd, en daar alle duikers vast overtuigd
waren, dat het verdwijnen der haaien een gevolg van zijne
bezwering was, overlaadden zij hem na afloop van den
vangtijd met allerlei geschenken.
Wie ooit een haai gezien heeft, zal licht begrijpen, dat
dit vreeselijke dier den duikers angst en schrik aanjaagt.
Zoodi'a zich dus maar een vertoont, gaat al het volk in
de booten en wordt de visscherij voor dien dag gestaakt.