Boekgegevens
Titel: Ver over zee: merkwaardige tochten en ontmoetingen ter zee en te land
Auteur: Goeverneur, J.J.A.
Uitgave: 's-Gravenhage: Joh. IJkema, 1872 *
Groningen: Gebroeders Hoitsema
Opmerking: Bevat o.a. 'Mijne omzwervingen in Mexico' en 'Beelden uit Ceylon'
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-197
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204150
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Azië, (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Midden- en Zuid-Amerika
Trefwoord: Sri Lanka, Mexico, Reisbeschrijvingen (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Ver over zee: merkwaardige tochten en ontmoetingen ter zee en te land
Vorige scan Volgende scanScanned page
107
strekten zich schilderachtige vlakten uit , waarop wij bij
de verwonderlijke reinheid en doorzichtigheid der lucht de
verschillende woonsteden ook nog op een afstand van tien
tot twaalf mijlen duidelijk onderscheiden konden. Eene
lichte streep, waarin wij eerst na scherp turen den oceaan
herkenden, vertoonde zich op den achtergrond van het
betooverend beeld. Toen wij ons behoorlijk in dit gezicht
verlustigd hadden , richtten wij ons oog op het voorwerp ,
dat elk jaar vele duizenden van menschen beweegt, den
bezwaarlijken tocht naar de Adamspiek te ondernemen.
Midden op den top , die dertig tot veertig passen in door-
snede heeft , vertoonde zich nog eene kleine verhevenheid
van ongeveer acht voet hoogte, waarop volgens het geloof
der Buddhaïsten de heilige voetstap van hun leermeester
Buddha staat, die hier voor het eerst het eiland moet
betreden hebben en dat afdruksel van zijn voet achtergelaten.
Het is eene uitholling in de oppervlakte van de rots,
ongeveer vijf voet lang , drie voet breed en drie voet diep,
en in vorm wel iets van een menschelijken voet hebbende.
Niet ver van den top staat eene hut, die den dienstdoenden
priester tot woning dient en waarin de, in zilveren en
koperen munten , levensmiddelen en kleedingstoffen bestaande
offergaven der beevaartgangers worden bewaard. Na op de
gewijde plek hunne gebeden gepreveld en des priesters zegen
ontvangen te hebben, moeten zij hunnen verwanten en
vrienden trouwe liefde en vriendschap, hunnen vijanden
vergiffenis beloven en nemen dan de terugreis aan, die
met nog grooter gevaren dan de beklimming van den berg
verbonden is."
2. DE PARELVISSCHERIJ.
Er is op Ceylon voor den Europeaan geen boeiender
schouwspel, dan de parelvisscherij langs de zuidelijke en
westelijke kust. Als deze begint, verkrijgen de barste en
onvruchtbaarste streken voor eenige maanden een uiterst