Boekgegevens
Titel: Ver over zee: merkwaardige tochten en ontmoetingen ter zee en te land
Auteur: Goeverneur, J.J.A.
Uitgave: 's-Gravenhage: Joh. IJkema, 1872 *
Groningen: Gebroeders Hoitsema
Opmerking: Bevat o.a. 'Mijne omzwervingen in Mexico' en 'Beelden uit Ceylon'
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-197
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204150
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Azië, (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Midden- en Zuid-Amerika
Trefwoord: Sri Lanka, Mexico, Reisbeschrijvingen (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Ver over zee: merkwaardige tochten en ontmoetingen ter zee en te land
Vorige scan Volgende scanScanned page
106
smalle plank over een snelvlietenden bergstroom waren
gegaan, bracht een smal, donker pad ons door een dicht
woud met reusachtige boomstammen naar eene vooruit
springende rots, die ons een even liefelijk als grootsch
verheven uitzicht over een aanzienlijk deel van het eiland
verleende. Toen wij weer in het bosch waren , moesten wij
op waggelende bruggen, van welke éen mispas ons in een
duizelingwekkenden afgrond had doen neerstorten, over
verscheiden bergstroomen heen, die schuimend en bruisend
over hunne rotsachtige bedding voortsnelden. Vervolgens
klommen wij bij een bijna loodrecht oprijzenden rotswand
op, waarin een vroeger koning van het land verscheiden
honderd treden heeft laten uithouwen , en kwamen zoo op
eene barre vlakte, die slechts hier en daar eenige kwijnende
boomen droeg. Terwijl wij daarop weder bij eene steile
helling opstegen, overviel ons eene zware donderbui met
een plasregen, die ons in weinig oogenblikken tot op de
huid nat maakte. Daar wij nergens eene schuilplaats vonden,
zetten wij , niettegenstaande het onweder in hevigheid
toenam, onzen weg , die van minuut tot minuut bezwaar-
lijker en gevaarlijker werd, onafgebroken voort. Eerst na
twee uren bedaarde de storm ; de wolken dreven weg en
met blijde verrassing zagen wij eensklaps het doel van onzen
tocht voor oogen, daar zich dicht voor ons de top des bergs
in de gedaante van een majestueuzen kegel verhief. Doornat
en bibberend van kou heschen wij ons bij het steile pad
op, dat alleen met behulp van hier en daar in den rots-
wand vastgeklonken ijzeren kettingen kan beklommen wor-
den , en bereikten ten laatste den top , waar een verrukkend
uitzicht ons voor onze moeite en inspanning rijkelijk scha-
deloos stelde. Den voorgrond van het heerlijk vergezicht
vormden tallooze , grillig gevormde gebergten, alle prijkende
met den weelderigsten bladerdos en hier en daar door stoute
rotsgevaarten en schuimende bergstroomen afgebroken.
Achter de meer verwijderde, donkerblauw gekleurde bergen