Boekgegevens
Titel: Ver over zee: merkwaardige tochten en ontmoetingen ter zee en te land
Auteur: Goeverneur, J.J.A.
Uitgave: 's-Gravenhage: Joh. IJkema, 1872 *
Groningen: Gebroeders Hoitsema
Opmerking: Bevat o.a. 'Mijne omzwervingen in Mexico' en 'Beelden uit Ceylon'
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-197
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204150
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Azië, (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Midden- en Zuid-Amerika
Trefwoord: Sri Lanka, Mexico, Reisbeschrijvingen (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Ver over zee: merkwaardige tochten en ontmoetingen ter zee en te land
Vorige scan Volgende scanScanned page
103
die het onder water had vastgehouden, en door den bij
hot landen bekomen schok vrij wat verbrokkeld en los
geworden , en zoo tegen de vereende kracht der drie man-
nen niet lang bestand. De boomstammen, waaruit het
bestond, werden de een na don ander losgerukt en in de
strooming gestooten , en weldra was van het eiland, aan
welks schepping de natuur zoo vele jaren besteed had, geen
spoor meer zichtbaar.
„Nu voorwaarts !" riep de oude. „Wij moeten 't eerste
uur nog in het water marcheeron. Kunnen wij het, voor-
dat de rooden ons inhalen, tot ginder die bergen brengen ,
dan zijn wij gered , want daar dienen hunne paarden hun
tot niets meer."
De marsch door het water was zeer aftnattend, en zij
kwamen slechts langzaam vooruit. Tot hun geluk bereikten
zij na een uur eene plaats, waar eene beek , van het hooger
bergland komende, zich in de Gila uitstortte. In hare
bedding stegen zij naar het gebergte op, overtuigd, dat
de vijanden bij hunne vervolging den loop der rivier zouden
houden.
Toen de zon opging , hadden zij reeds eene plaats bereikt,
waar zij zich ten volle veilig konden achten , en toen zij
tegen den avond de kam van het gebergte hadden over-
schreden , bevonden zij zich op het gebied van een bevrien-
den stam, bij welken zij na de doorgestane vermoeienissen
en gevaren konden uitrusten.