Boekgegevens
Titel: Ver over zee: merkwaardige tochten en ontmoetingen ter zee en te land
Auteur: Goeverneur, J.J.A.
Uitgave: 's-Gravenhage: Joh. IJkema, 1872 *
Groningen: Gebroeders Hoitsema
Opmerking: Bevat o.a. 'Mijne omzwervingen in Mexico' en 'Beelden uit Ceylon'
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-197
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204150
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Azië, (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Midden- en Zuid-Amerika
Trefwoord: Sri Lanka, Mexico, Reisbeschrijvingen (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Ver over zee: merkwaardige tochten en ontmoetingen ter zee en te land
Vorige scan Volgende scanScanned page
101
zacht met den stroom voortdrijvenden donkeren klomp van
de aardschol niet onderscheiden kon. Op eens echter richtte
de wilde zijn gebogen hoofd op , stiet zijne lans in den
grond , boog het lichaam voorover en hield beide handen
als een scherm boven de oogen , om de scherpte van den
blik te versterken. De vluchtelingen verbleekten; stijf en
roerloos stonden zij en waagden nauwelijks adem te halen.
Zij zagen den grimmigen krijger, die als een wild dier
op de loer lag ; zijn gezicht was ten halven door de lange
vlechten van zijn haarbos bedekt, en in zijne gansche hou-
ding lag iets schrikwekkends. Op eens deed de Apache
eenige stappen in de richting naar het water en verdween.
Zijne lans had hij bij h,et vuur laten staan , en de wind
speelde met de als een vaantje aan de schacht daarvan han-
gende scalpen. In dit vreeselijk oogenblik hielden de vluch-
telingen zeiven hun adem in. Een gillend geschrei, dat
van den anderen oever werd beantwoord, ging him door
merg en been; doch spoedig overtuigden zij zich, dat het geen
alarmsein, maar slechts het gewone wachtwoord was, dat
de posten elkaar toeriepen. Hierop werd alles weer stil;
de Apache keerde naar zijn vuur terug , greep zijne lans
weder en nam zijne vroegere houding aan.
De drie mannen zuchtten uit verruimde borst; maar nog
altijd was het gevaar niet voorbij, want zij naderden zicht-
baar den oever.
„Als dat zoo voortgaat, zijn wij binnen tien minuten mid-
den onder die hellebrokken," fluisterde de Canadaan. „Och,
als wij dien langen tak maar wat gebruiken konden,
om te roeien, dan zouden we spoedig weer op den rechten
weg komen; maar nu zou het geplas in het water ons
verraden."
„En toch zullen wij daartoe besluiten moeten," meende
de Spanjaard; „want het gevaar van ons te verraden is nog
altijd beter dan de zekerheid van in hunne handen te val-
len. Eerst willen wij echter onderzoeken , of de strooming,