Boekgegevens
Titel: Ver over zee: merkwaardige tochten en ontmoetingen ter zee en te land
Auteur: Goeverneur, J.J.A.
Uitgave: 's-Gravenhage: Joh. IJkema, 1872 *
Groningen: Gebroeders Hoitsema
Opmerking: Bevat o.a. 'Mijne omzwervingen in Mexico' en 'Beelden uit Ceylon'
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-197
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204150
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Azië, (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Midden- en Zuid-Amerika
Trefwoord: Sri Lanka, Mexico, Reisbeschrijvingen (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Ver over zee: merkwaardige tochten en ontmoetingen ter zee en te land
Vorige scan Volgende scanScanned page
97
verlaten kunnen houden ; want geen vijand was te zien en
geen menschelijke stem stoorde de plechtige stilte van
den nacht.
Onderwijl verdichtten de uit het water opstijgende dampen
zich meer en meer en sloten het eilandje al enger in ; de
oeverboorden schenen achteruit te wijken en verdwenen
eindelijk geheel, terwijl de vuren in den golvenden nevel
nog slechts als verre , bleeke lichtpunten flikkerden.
Ook voor de op beide oevers als wachtposten uitgezette
Indianen was het eiland lang in den nevel verdwenen.
Daar de oogen hun op die wijze den dienst ontzeiden,
spitsten zij de ooren, om ook het minste gerucht op te
vangen. Roerloos stonden zij bij de vuren , wierpen van
tijd tot tijd een boomtak in den gloed , en namen dan weder
hunne onbewegelijke houding aan. De Zwarte Valk zat,
met den rug tegen een boomstam geleund , aan den oever
en staarde met flonkerende oogen naar de plaats , waar hij
het eiland vermoedde. Zijn verbrijzelde schouder was met
repen van leder verbonden , doch op zijn strak gezicht ver-
toonde zich geen trek van pijn, maar alleen de uitdrukking
van wilde grimmigheid en wraakzucht. Van tijd tot tijd
zond hij een krijger af, om de posten tot waakzaamheid
aan te sporen, en dan spande hij weder zijne oogen in ,
om den dichten nevel, die den schuilhoek der vijanden aan
zijn blik onttrok, te doorboren.
Van geheel anderen aard waren de gedachten, die de
drie blanke mannen op hun eilandje bezig hielden. Terwijl
de oudste en de jongste onder hen zich tot den dood , dien
zij voor onvermijdelijk hielden, voorbereidden, dacht de
Spanjaard over een middel tot redding na. Op eens sprong
hij driftig op en riep: „Vrienden, God en de heiligen
zullen ons toch nog redden ! Ik heb daar een inval, die
wat goeds belooft. Weet ge , voor een uur of wat, toen
we die takken tot onze dekking losrukten, hoe toen 't gan-
sche eilandje onder onze voeten trilde en schudde ? Eerst
7