Boekgegevens
Titel: Ver over zee: merkwaardige tochten en ontmoetingen ter zee en te land
Auteur: Goeverneur, J.J.A.
Uitgave: 's-Gravenhage: Joh. IJkema, 1872 *
Groningen: Gebroeders Hoitsema
Opmerking: Bevat o.a. 'Mijne omzwervingen in Mexico' en 'Beelden uit Ceylon'
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-197
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204150
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Azië, (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Midden- en Zuid-Amerika
Trefwoord: Sri Lanka, Mexico, Reisbeschrijvingen (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Ver over zee: merkwaardige tochten en ontmoetingen ter zee en te land
Vorige scan Volgende scanScanned page
96
dat plassen nog heel duidelijk." Allengs stierf dat verdachte
gerucht echter weer in zijn oor weg , en alles in het rond
werd stil. Andermaal verliep een langen tijd; de maan
neigde zich meer en meer ten ondergang, en de natuur
sliep weder onder haar dek van witte dampen, toen de
verdedigers van het eiland op eens schrikten en elkaar
angstig aanzagen. Een ontzettend gehuil was op beide
zijden der rivier met een zoo aanhoudend en doordringend
geweld uitgestooten , dat de echo's het, toen de mond van
die het uitbrachten reeds gesloten was , nog van beide oevers
herhaalden. De jagers hadden te veel ervaring , om maar
een oogenblik te twijfelen : de Indianen hadden versterking
bekomen en nu ook den zuidelijken oever bezet, zoodat de
weg tot vluchten hun thans was afgesneden.
„Nu hebben wjj 't niet meer met twaalf, maar met
honderd duivels te doen!" riep de jonge Mexicaan. „Goede
God, wat nu te beginnen?"
„Is 't niet hetzelfde, of twaalf of wel honderd gieren
onze lijken verscheuren?" vroeg de Spanjaard met zijne
gewone bedaardheid. „Wij hebben hier niets meer te doen,
dan te sterven , nadat we eerst nog zoo velen van die
duivels van kant hebben gemaakt, als ons maar mogelijk is."
„Ook zal het goed zijn, dat wij ons als Christenen op
den dood voorbereiden ," zeide de Canadaan , terwijl hij do
handen vouwde en biddend ten hemel opzag.
Werkelijk bevonden de drie mannen zich in een van die
toestanden , waarin alle menschelijke hulpmiddelen mach-
teloos zijn en uit welke alleen eene hooger hand vermag te
redden.
De maan was nu ondergegaan en de nevelsluier boven
het water werd dichter en dichter. De Indianen legden
langs beide oevers eene rij van legervuren aan, die een
roodachtig schijnsel op de rivier wierpen en haar tot op
wijdon afstand verlichtten. Zonder deze vuren had men bij
de stilte , die rondom heerschte , den omtrek voor geheel