Boekgegevens
Titel: Ver over zee: merkwaardige tochten en ontmoetingen ter zee en te land
Auteur: Goeverneur, J.J.A.
Uitgave: 's-Gravenhage: Joh. IJkema, 1872 *
Groningen: Gebroeders Hoitsema
Opmerking: Bevat o.a. 'Mijne omzwervingen in Mexico' en 'Beelden uit Ceylon'
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-197
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204150
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Azië, (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Midden- en Zuid-Amerika
Trefwoord: Sri Lanka, Mexico, Reisbeschrijvingen (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Ver over zee: merkwaardige tochten en ontmoetingen ter zee en te land
Vorige scan Volgende scanScanned page
93
klom do Indiaan nu langzaam van den boom en verzamelde
zijne krijgers , om hun zijne orders te geven.
De zon was reeds ondergegaan; de korte schemering
wierp eene matte tint over de gansche natuur ; de nacht
kwam en de maan spiegelde zich in den stroom. Nog
altijd gaven de Indianen geen teek en van leven en er ver-
streek wel bijna een uur, voordat zij besloten, naar het
eilandje over te steken, om de skalpen der blanke mannen
te halen. Eindelijk echter naderden toch tien van hen den
oever en gingen te water, waarbij hunne met de krijgs-
kleuren beschilderde lichamen in het helder maanlicht blonken.
„Ze zullen de een na den ander door de rivier waden,"
zeide de Canadaan. „Gij moet den eersten voor uwe re-
kening nemen, jonge man; do Spanjaard moet op den mid-
denste vuren, en de laatste biijft voor mij. Op die wijze
zullen zij ons slechts op zekeren afstand van elkaar kunnen
aantasten en wij 't gemakkelijk met hen klaar spelen, 't Zal
een kamp man tegen man worden; terwijl wij hen dan met
het mes in de hand opwachten, moet gij onze geweren weer
laden en ons aanreiken."
Terwijl de Canadaan deze schikkingen maakte, naderden
de vijanden zwijgend het eiland. De Zwarte Valk, aan het
hoofd van de bende, was thans op eene plaats gekomen,
waar het water meer diepte kreeg, en 't oogenblik was daar,
om het plan van den Canadaan te volvoeren. De mannen
wilden juist vuur geven, toen de Zwarte Valk, dip óf eenig
gevaar vermoedde, óf den weerschijn van de maan op den
geweerloop van een der jagers had gezien, plotseling onder
water dook.
„Vuur!" riep de Canadaan, en eene seconde later zonk
de Indiaan, die de laatste in het gelid was, onder, om niet
weder boven te komen, terwijl twee anderen zich nog eenige
malen in het water omwentelden en toen door den stroom
werden medegesleept. De beide andere jagers wierpen snel
hunne buksen achter zich neer, opdat de Mexicaan die vol-