Boekgegevens
Titel: Ver over zee: merkwaardige tochten en ontmoetingen ter zee en te land
Auteur: Goeverneur, J.J.A.
Uitgave: 's-Gravenhage: Joh. IJkema, 1872 *
Groningen: Gebroeders Hoitsema
Opmerking: Bevat o.a. 'Mijne omzwervingen in Mexico' en 'Beelden uit Ceylon'
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-197
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204150
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Azië, (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Midden- en Zuid-Amerika
Trefwoord: Sri Lanka, Mexico, Reisbeschrijvingen (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Ver over zee: merkwaardige tochten en ontmoetingen ter zee en te land
Vorige scan Volgende scanScanned page

kunnen. Daarbij kunnen zij ons noch van links , noch van
rechts op het dak komen , zoodat wij alleen op een aanval
van de beide oevers bedacht moeten zijn."
De naar het zuiden gelegen rand van het eilandje was
door zware wortels , die als schanspalen opstaken , toereikend
verdedigd ; maar daarentegen werd de noordzijde , die tegen-
over den vijand lag , enkel door eene dichte , doch weinig
schuttende omheining van biezen en wilgenhout gedekt. Met
zijne buitengewone lichaamskracht gelukte het den Canadaan,
van de beide uiterste , stroomop en stroomaf gekeerde einden
van het eilandje eenige zware takken en voor kort eerst
aangespoelde boomstammen los te krijgen. Eenige weinige
minuten waren nu voor de handige jagers voldoende , om
de zwakste en meest bedreigde zijde van eene ruwe , maar
vaste verschansing te voorzien, die hun menig doodelijke
wonde besparen kon.
„Ziet gij?" riep de Canadaan, zich vergenoegd de handen
wrijvende. „Achter deze boomstammen zullen wij even veilig
als achter een steenen muur liggen. We loopen nu alleen
nog maar gevaar van de kogels , die men uit de toppen
van de boomen langs den oever op ons afschiet; maar
daarom zullen we ook wel zorgen , dat geen van die duivels
er zoo hoog in opkomt."
„Hebt ge wel gemerkt, hoe 't eilandje bij iederen forschen
ruk , dien gij deedt , om een tak of stam los te krijgen ,
tot op den grond in schudding kwam ?" vroeg de Spanjaard.
„Ik was al bang, dat het van den bodem losraken en met
den stroom wegdrijven zou."
Inmiddels was de zon naar de kim neergedaald, en de
drie jagers begrepen, dat nu een lange, gevaarlijke kamp
zou beginnen. Eenige minuten verstreken , gedurende welke
hot kabbelen van het water het eenig gerucht was , dat de
diepe stilte in de gansche natuur stoorde. De drie makkers
hielden beurtelings de toppen der op den oever staande
populieren en het dichte struikgewas langs den waterkant