Boekgegevens
Titel: Ver over zee: merkwaardige tochten en ontmoetingen ter zee en te land
Auteur: Goeverneur, J.J.A.
Uitgave: 's-Gravenhage: Joh. IJkema, 1872 *
Groningen: Gebroeders Hoitsema
Opmerking: Bevat o.a. 'Mijne omzwervingen in Mexico' en 'Beelden uit Ceylon'
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-197
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204150
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Azië, (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Midden- en Zuid-Amerika
Trefwoord: Sri Lanka, Mexico, Reisbeschrijvingen (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Ver over zee: merkwaardige tochten en ontmoetingen ter zee en te land
Vorige scan Volgende scanScanned page
87
„En evenmin een gek," mompelde de Spanjaard; „en
alleen een gek zou nu verraden , dat hij hier is."
De Indiaan luisterde, en toen geen antwoord volgde,
verhief hij andermaal zijne stem en riep: „De prenten
van een bleekgezicht zijn lichter te volgen, dan die van
een buffel. Het spoor des buffels zegt den Indiaan, hoe
oud , of hij vet of mager is , waarheen hij zijn loop richt
en zelfs, wanneer hij is voorbijgetrokken. Zoo kent de
Indiaan ook de drie mannen , die achter het riet van dat
eilandje schuilen. De oudste is een krijger uit het noorden;
hij is sterk als een buffel en twee hoofden grooter, dan
andere menschen. Bij hem is een krijger van een ras, dat
uit het zuiden en het noorden gemengd is, en een jong
krijger uit het zuiver ras van het zuiden. Wat kunnen
die drie tegen twintig uitrichten? Zoo zij zich vertoonen,
zullen zij onze vrienden zijn; zoo zij niet komen, zal hun
bloed vloeien."
„Ons bloed zal denkelijk wel vloeien," zeide de Canadaan
tot zijne makkers; „doch 'tzal dien honden duur te staan
komen."
Op nieuw geen antwoord krijgende, scheen de roode
aanvoerder nu zijn geduld te verliezen. Hij riep een zijner
krijgers, de eenige, die met een geweer gewapend was,
en beval hem , op het riet van het eilandje vuur te geven.
De schutter gehoorzaamde; doch zijn kogel sloeg eenige
voeten voor 't eiland in het water. De Zwarte Valk maakte
een gebaar van minachting, waarna hij zich omkeerde en
zijn oog liet ronddwalen.
„Ja, ja!" bromde de Spanjaard; „gij kunt lang zoeken,
eer gij onder de lansen en lasso's van uwe schoeljes kruit
en lood vindt."
Na eenigen tijd keerden de door den aanvoerder uitgezon-
den vijf ruiters op hunne gezadelde paarden terug , van het
hoofd tot de voeten ten strijde uitgerust en deels met buksen,
deels met bogen en pijlen gewapend. Zij hadden hunne