Boekgegevens
Titel: Ver over zee: merkwaardige tochten en ontmoetingen ter zee en te land
Auteur: Goeverneur, J.J.A.
Uitgave: 's-Gravenhage: Joh. IJkema, 1872 *
Groningen: Gebroeders Hoitsema
Opmerking: Bevat o.a. 'Mijne omzwervingen in Mexico' en 'Beelden uit Ceylon'
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-197
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204150
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Azië, (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Midden- en Zuid-Amerika
Trefwoord: Sri Lanka, Mexico, Reisbeschrijvingen (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Ver over zee: merkwaardige tochten en ontmoetingen ter zee en te land
Vorige scan Volgende scanScanned page
84
Het hert was niet ver meer van den tegenover gelegen
oever verwijderd, toen de aan deze zijde achtergebleven
wolven op eens met blaffen ophielden en daarop verschrikt
de vlucht namen.
„Ei, wat is dat?" vroeg de Spanjaard; „wat jaqgt hun
op eens zoo'n schrik op 'tlijf?"
Die vraag was hem pas over de lippen , toen het vreemde
schouwspel, dat zich voor zijne oogen ontrolde, hem ook
al het antwoord daarop gaf.
„Bukt u! Bukt u! In Grods naam, neer achter 'triet!"
riep hij, zelf met een goed voorbeeld voorgaande. „Daar
zijn ook Indianen op de jacht en zullen dadelijk hier zijn."
Eene kudde wilde paarden kwam daar in woeste vaart over
de vlakte aanstormen , vervolgd door Indiaansche ruiters ,
die zonder zadel op hunne renners zaten en de knieën bijna
tot de kin hadden opgetrokken, om den dieren ten volle
vrijen loop te laten. Aanvankelijk waren slechts drie van
de roodhuiden te zien ; doch voor en na teekenden zich wel
meer dan twintig ruiters tegen den horizont af. Eenigen
waren met lansen gewapend , anderen lieten hunne lasso's
van gevlochten leder door de lucht zwieren , en allen stieten
het ontzettend gehuil uit , waardoor zij zoowel hunne blijd-
schap als hunne woede plegen lucht te geven.
De Spanjaard wierp een vragenden blik op den Canadaan,
die zichtbaar verbleekte. Intusschen behoefden zij nog niet
alle hoop op te geven; veeleer was te verwachten, dat
zelfs de geoefende oogen der Indianen hunne schuilplaats
niet ontdekken zouden. Nadat de eerste schrik voorbij was,
sloegen zij dus de bewegingen der vijanden met meer koel-
bloedigheid gade.
Geen van de tallooze hindernissen , waarmede de schijnbaar
geheel effen vlakten der prairieën bezaaid zijn , als kloven,
heuvels en hooge cactus met scherpe punten , vermocht de
koene ruiters in hun wilden loop op te houden. Zonder
ergens hun woesfen rit af te breken of slechts te matigen ,