Boekgegevens
Titel: Opstellen met fouten tegen woordgronding, woordvoeging, stijl, enz.
Auteur: Bomhoff, Derk
Uitgave: Zutphen: A.E.C. van Someren, 1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 679 G 54
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204126
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Opstellen, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Opstellen met fouten tegen woordgronding, woordvoeging, stijl, enz.
Vorige scan Volgende scanScanned page
87
166. Maar zij, die deze taal hebben gevoerd, hebben
aan hun zeiven de gevolgen van hunne vleijerij te danken.
167. Zoo hij zich zeiven moet beschouwen als de
eenige hinderpaal tot den vrede, brengt hij volgaarne dit
laatste offer aan Frankrijk,
168. Zijn verblijf en zijne gesprekken te Parijs hadden
hem opgewekt om die halstarrigheid van te willen regeren
met minder verschooning dan ooit te bejegenen.
169. Wij verheugen ons, dat dit werk is overgezet
door een medebroeder, dien wij vroeger als uiterst ge-
schikt voor die taak hebben leeren kennen, en nu ook
weder zijn roem in dit opzigt gehandhaaft heeft.
170. Hunne vergulde uniformen hebben hun den blaau-
wen kapotjas van den soldaat doen vergeten.
171. Wanneer de krijgslieden zich onderwerpen, zoude
dan dat overschot van hovelingen wederstand hebben
durven bieden?
172. Midden op den hof bevond zich een groote en
diepe put, die vroeger het kasteel van water had voorzien,
dat ongemeen zuiver en helder, ook thans de huisgenooten
een genoegzamen voorraad er van opleverde.
173. Gij ziet daar dat hol in de roode rots, niet heel
ver van de plek waar Ninine struikelde.
174. Het aantal petitien der door de Afgevaardigden
van den Pruissischen landdag ter tafel gebragt, bedraagt
reeds een en negentig.
175. Verscheidene rijke jonge lieden, leegloopers en
lichtmissen van beroep, die zich gaarne op eene liaison
met de bevallige en bewonderde actrice zonden hebben
willen beroemen, hadden goedgevonden om zich diep be-
leedigd te gevoelen over de stellige en somtijds smadelijke wijze
waarop Düveyzier hunne eerste stappen beantwoord had.