Boekgegevens
Titel: Opstellen met fouten tegen woordgronding, woordvoeging, stijl, enz.
Auteur: Bomhoff, Derk
Uitgave: Zutphen: A.E.C. van Someren, 1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 679 G 54
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204126
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Opstellen, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Opstellen met fouten tegen woordgronding, woordvoeging, stijl, enz.
Vorige scan Volgende scanScanned page
83
135. Wordt meer gewoon uwe gesprekken tot de
vrouwen te wenden, en leer met hen beuzelen; zij hebben
een genie om aan uwe onbeduidende vraag een geheel
gesprek aan te knoopen.
136. De wind, de vogelen des hemels, de insekten,
dienen mede ter bevordering der voortplanting en van de
verspreiding der gewassen.
137. Maar, gelijk men gaarne de lof van een geliefd
voorwerp hoort vermelden, geloove ik, dat de voortref-
felijkheid der Natuurkunde een onderwerp is, dat uwe
ooren niet onaangenaam wezen kan, en dat gij mij uwe
aandacht niet zult weigeren , bij de behandeling van het-
zelve.
138. Door woorden brengen wij in de wereld de ge-
wigtigste dingen te weeg, stichten wij het meeste goed
en bewerken wij het meeste kwaad. . . . Door woorden
verheffen wij den verdrukten, en vernederen wij den hoog-
moedigen. . . . door woorden geven wij bevelen, ver-
troosten wij den ongelukkigen, brengen wij den dwalen-
den te regt, handhaven wij de huisselijke orde, drukten
wij onze vreugde uit, en brengen wij onze hulde aan God toe.
139. Het is hier dat de Keizer, na zijne krooning,
de gelukwenschingen van de Geestelijkheid en der Staats-
Collegien ontvangt.
140. In dier voege scheidt zij (de weelde) menschen
van menschen , bevordert zij de zedeloosheid, en verscheurt
zij de vereeniging des volks, verbant de achting voor de
wetten, dooft de liefde voor Vaderland en Koning uit,
en ontzenuwt het geslacht.
141. Wij achten dikwijls de verwijderde zaken en wij
denken niet aan degenen, die wij in onze buurt hebben.
142. Geen wijsgeer heeft de eer, van deze waarheid