Boekgegevens
Titel: Opstellen met fouten tegen woordgronding, woordvoeging, stijl, enz.
Auteur: Bomhoff, Derk
Uitgave: Zutphen: A.E.C. van Someren, 1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 679 G 54
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204126
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Opstellen, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Opstellen met fouten tegen woordgronding, woordvoeging, stijl, enz.
Vorige scan Volgende scanScanned page
komst had laten weten. . , . Terwijl wij nog zoo zaten ,
zagen wij een boer binnentreden , die, ons in 't oog krij-
gende, een poosje op den drempel staan bleef en v.er-
volgens op de waardin toetrad, wie hij zonder een woord
te spreken eene kleine lederen veldflesch toereikte, welke
deze even zwijgend aannam en met brandewijn vulde. t)e
boer wachtte met den rug tegen den toonbank geleund en
met beide handen op zijn zwaren stok rustende; hij was
lang, schoon eenigzins gebogen.
91. Men zou hem met een dier boomen met fijne schors,
donker loof en stout uitgebreide takken hebben kunnen
vergelijken, hoedanig die als met één ruk uit goeden
bodem plegen op te schieten. . . . Bruno liet ons zijn
vaatje met de heerlijkste honiggraten zien.
92. De kinderen schiepen behagen in de kleine wilde.
93. Hem (Napoleon) waren alle middelen aangeboren,
om zijne vrienden liefde en vertrouwen, zijne vijanden
schrik en wanhoop in te boezemen.
94. Ten koste van hoeveel honderd duizende menschen-
levens werd de Fransche natie tot de eerste natie der
wereld verheven!
95. Menige traan drupte op haar donker keurs neder. . .
O, wie haar toen oogenblikken als de huldigen had voor-
speld , zij had hem een logenprofeet genoemd.
96. Do oude man keerde zich om, zocht met het oog
naar den aangewezen trap, en liep dien schielijk op. . . .
Hij vond niemand , dan een knecht, die bezig was om de uit-
gepakte bagaadje van zijn meester een weinig te schikkken.
97. ' De mensch wordt tot zijn jongste nageslacht ge-
straft voor den misstap, die den eersten zuurdoessem der
zonde in hem deed gesten.