Boekgegevens
Titel: Opstellen met fouten tegen woordgronding, woordvoeging, stijl, enz.
Auteur: Bomhoff, Derk
Uitgave: Zutphen: A.E.C. van Someren, 1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 679 G 54
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204126
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Opstellen, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Opstellen met fouten tegen woordgronding, woordvoeging, stijl, enz.
Vorige scan Volgende scanScanned page
77
die zich zelve; maar het goede, dat er is, ten minste
bruikbaar te maken, en zoo min mogelijk te doen schaden,
dit vooral moet de ziel van onze ontwerpen uitmaken. Zie-
daar den toetsteen, waaraan wij onze voorgestelde in-
rigtingen beproeven.
83. Twee pond amandelen levert gemeenlijk eene flesch
olie op, waaruit, ten volle, blijkt, ging men hier, beter,
te werk, men nog ongemeen meer goede olie gewinnen
zoude kunnen.
84. Bij zijne terugkomst vond hij zijn vaderland op
het punt van in alle die rampzaligheden gedompeld te
worden, welke eenen burgeroorlog onvermijdelijk verzeilen.
Hij had zich teruggespoed om op het tooneel dier om-
wenteling eenen aanzienlijken rol te kunnen spelen.
85. Dkyden heeft geen zijner talrijke dichtstukken
met zoo veel vuur en gloed geschreven als deze meester-
lijke lierzang (Alexander's FeastJ.
86. Ik zie er in, dat zij nog slaven zijn van de ver-
schrikkelijkste der dwingelanden, de zonde.
87. De kweekeling leert God kennen als aller Vader, die
zorgt, dat alles leeft en dat waarheid, geregtigheid , liefde
en schoonheid in de wereld hoe langs zoo meer heerschen.
88. Gelijk wij het goede niet over het hoofd willen
zien, dat de schriften dier mannen bevatten, die eene
traditionele exegese aanhangen en verdedigen, zoo wenschen
wij, dat het goede geapprecieerd worde van mannen, die
uit eerbied voor het woord van Christus, soms de uit-
spraken der traditionele exegese bestrijden.
89. Ook onder deze armzalige wilde wezens, waren
dus de vrede en de stille genietingen van het familieleven
niet geheel vreemd.
90. Hij wachtte op de boschwachter?, wien hij zijne