Boekgegevens
Titel: Opstellen met fouten tegen woordgronding, woordvoeging, stijl, enz.
Auteur: Bomhoff, Derk
Uitgave: Zutphen: A.E.C. van Someren, 1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 679 G 54
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204126
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Opstellen, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Opstellen met fouten tegen woordgronding, woordvoeging, stijl, enz.
Vorige scan Volgende scanScanned page
74
van beelden te plaatsen die ge welgevallig beschouwd hebt,
toe ge de propylaeën hebt beschouwd.
52. Het laatste stuk is ... het Odeon, een klein rond-
overdekt theater, doch dat voor Aspasia daarom waarde
had, omdat het door Pericles was aangelegd om de
Avcdstrijden in de toonkunst bij de viering der Panathe-
naeën te doen plaats hebben.
53. Nu en dan wiegde de romp op en neder, als wilde
zij , ongeduldig om hare vlerken uit te spreiden , het anker
uit den grond pogen te ligten.
54. Het geluk, wat gij ontvangt door het uur waar-
in gij leeft, is in dat uur het doelmatigste en beste voor u.
55. Onder het ontbijt moest hij zijnen vriendelijken
gastheer nogmaals belooven, dat hij niet in gebreke zou
blijven, hem op zijne terugreis nogmaals een bezoek te geven.
56. Onze bol wentelde zekerlijk te vorenreeds omzijnenas.
57. In ons huisgezin heerscht nog maar zeldzaam dien
edelen geest. Echtgenooten , kinderen en ouders zijn dik-
wijls vreemd aan elkander; vaders en moeders bekomme-
ren zich weinig om hunne kinderen; kinderen vragen
zelden naar hunne ouders.
58. Doorkundig en vol verlangen om zich te doen on-
derscheiden, verliet John Milton in 1632 de hoogeschool.
59. Om God te beschrijven moet men God zeiven zijn.
60. Maar waar lag toch dit Paradijs? In Armenie,
in Syrië, of in Indie?
61. Ik deed mijnen zak open met koopwaren.
62. Zulk een brekend Hgchaam is ook de dampdring,
die onze aarde omgeeft, dewijl de veêrkracht des aethers
die den dampkring doordringt, eene andere is, als de
veerkracht des aethers, die in de enge ruimte buiten de
dampkring bestaat.