Boekgegevens
Titel: Opstellen met fouten tegen woordgronding, woordvoeging, stijl, enz.
Auteur: Bomhoff, Derk
Uitgave: Zutphen: A.E.C. van Someren, 1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 679 G 54
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204126
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Opstellen, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Opstellen met fouten tegen woordgronding, woordvoeging, stijl, enz.
Vorige scan Volgende scanScanned page
72
32. Gij zult den naam Jehova, uwes Gods, niet
ijdelijk gebruiken.
33. Men bewijst hen dezelfde eerbewijzingen als aan
volwassenen.
34. Ten tijde der verschijning van den Verlosser op
Aarde leefden de natiën in de verwachting van een
doorluchtig personaadje.
34. Reeds op zich zeiven is het een moeijelijk en
voor alle soorten van opvoeding gewigtig vraagstuk, of
naarstigheid, goed gedrag en alles, wat regtstreeks van
het kind als pligt en als blijken van gehoorzaamheid ge-
vorderd wordt, wel geschikte voorwerpen van belooning
zijn? Beloont men deze, zoo geraakt het kind ligt in be-
grip, van naar die goede hoedanigheid en deugdzaamheid
niet verpligt te zijn te streven, uit hoofde van derzelver
eigene waarde, maar wordt er alleen toegedreven door
de belooning, die het voor zich ziet. Zoodra dus deze
ophoudt, waarin zal het dan de aanprikkeling tot vol-
harding en vlijt en deugdzaamheid zoeken?
35. Ja ik herhaal het, waren onze huismoeders als
gij dan" — „Dan hield ge ze niet opgesloten in uwe
sombere vertrekken," vult de schoone glimlagchend aan.
36. De schoone J. was van het geschenk van haren
geliefden P. geheel versufd.
37. Dadelijk, na dat hij (Barbarossa) den troon be-
klommen had, beval hij alle de Vasallen van het Duit-
sche rijk zich gereed te houden, om hem, binnen den
tijd van twee jaren, op eenen togt naar Italië te volgen.
38. Onthoudt u van dieverij ; vergenoeg u zelve met
uw loon.
39. Velen leven zoo, dat zij by levendigen lyve naar
de ziel nitgeleefd zijn.