Boekgegevens
Titel: Opstellen met fouten tegen woordgronding, woordvoeging, stijl, enz.
Auteur: Bomhoff, Derk
Uitgave: Zutphen: A.E.C. van Someren, 1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 679 G 54
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204126
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Opstellen, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Opstellen met fouten tegen woordgronding, woordvoeging, stijl, enz.
Vorige scan Volgende scanScanned page
71
penen man kunnen bewegen , om zich tot den ongehuwden
staat te veroordeelen?
23. Om zijne voorschriften nadruk te geven, draagt
Hij dezelve in den vorm van gelijkenissen of verhalen voor.
21. Na bij het krieken van den dag te zijn opgestaan
hebt ge uw een bad doen geven en hebt uw sober ont-
bijt, een stuk brood en een teug water met wijn, genut-
tigd en zijt uwe wandeling begonnen. Waart ge in Athenen
gevestigd ge had uw dag geregelder verdeeld.
25. Hierover was een vierkanten wollen mantel ge-
worpen, bij den gastheer wit, bij de andere geverwd,
welke de linker arm bedekte, terwijl hij de regter vrij
liet .... De voeten zijn met zooien voorzien die echter
nu bij den maaltijd zijn afgebonden.
26. Voorzeker dat is een dankwoord waardig. Zijn
eigen lof te hooren, dat gebrek gebeurt weinigen.
27. „ Bedenk dat gij hem tot redeoaar gevormd hebt, en
dat de dankzegging tot u zelve wederkeert ," — dankt
de gastheer.
28. Die de politiek van P. niet begrijpt is willens
blind; hetgeen ligt mogelijk is, daar hij de goede burgers
zand genoeg in de oogen werpt.
29. „Welnu gij verlangt het — zeer goed" — herneemt
de aangesprokene, „ doch wijdt het mij dan ook niet als
ik harde waarheden zeg."
30. 01 het is een schoon schouwspel als ge daar die
trotsche gebouwen ziet rijzen tusschen de stroomen van
den liyssus en Cephisus gelegen, waar ieder wijsgeer
soms meer dan twee duizend toehoorders telt, die als
aan zijne lippen hangen, die de onderscheidene secten der
wijsgeeren van elkaar afscheiden.
31. Hoewel de slang eene robijn op het hoofd hebbe,
is zij daarom niet minder schadelijk.