Boekgegevens
Titel: Opstellen met fouten tegen woordgronding, woordvoeging, stijl, enz.
Auteur: Bomhoff, Derk
Uitgave: Zutphen: A.E.C. van Someren, 1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 679 G 54
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204126
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Opstellen, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Opstellen met fouten tegen woordgronding, woordvoeging, stijl, enz.
Vorige scan Volgende scanScanned page
70
14. Ga nu, mijne kinderen! ga nu.
15. De onderwijzer moet zieli naauwkeurig met den
trap en mate der ontwikkeling van het kind bekend maken.
16. Keizer lothakids over leed, na eenen korten
maar roemrijken veldtogt, op zijne terugreize naar Duitsch-
land, en werd in het volgend jaar, door Cone ad III,
dezelfde vorst, welke met hem naar de Keizerlijke kroon
had gedongen, opgevolgd.
17. Zeg dan het Griekenland van onzen tijd vaarwel,
en ijl terug in de jaren dat Mineeva en Apollo het
land ter woonzetel hadden gekozen.
18. Ge zoudt dwalen wanneer ge meenen zoudt dat
Attica een land was dat „ willens steeds verhoogde rente gaf."
19. Een lange weg opent zich nu voor u met graf-
tomben en tempels versierd, die u den naar den Piraeus
of Phalerus voert, welke met eene muur van de stad
is afgescheiden.
20. Intusschen trok Fredeeik de Alpen en Italië,
door de Valei van Trente, aan het hoofd van alle zijne
Duitsche Vasallen en met een schitterender en magtiger
leger, dan ooit zijne voorgangers naar Lombard ij e ge-
leid hadden, binnen.
21. Het huis is met zeer veel smaak gebouwd. Terwijl
al de andere, door de bewoners alleen bezocht om te eten
en te slapen, naast een stal of werkplaats ingang hadden
door eene kleine donkere gang, zag men hier een marme-
ren gang van behoorlijke breedte en verlicht door het
daarin stroomend zonnelicht. . . . Eer ge de gang zijt in-
getreden heeft de portier u de smaakvolle deur geopend,
en zijt gij een standbeeld van Pallas voor deze staande,
en door Phidias vervaardigd eerst nog voorbij gegaan.
22. Kent gij de beweegredenen, die eenen regtscha-