Boekgegevens
Titel: Opstellen met fouten tegen woordgronding, woordvoeging, stijl, enz.
Auteur: Bomhoff, Derk
Uitgave: Zutphen: A.E.C. van Someren, 1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 679 G 54
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204126
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Opstellen, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Opstellen met fouten tegen woordgronding, woordvoeging, stijl, enz.
Vorige scan Volgende scanScanned page
68
VOORBEELDEN
van
c;x:breh.h.i&e: taai.,
uit gedrukte werken ontleend.
1. Messalinds cotta, de zoon van den grooten re-
denaar messala, vond de pastijen van ganzen lever, onze
pate's-gras, uit, en liet het eerst de ganzen tot dat einde
op gloeijende platen treden.
2. Het kasteel en deszelfs meesteres waren zoo schoon
en vol aanmatiging, hoezeer ook zonder waj-e verdienste,
als onhandige handen en bedorven hoofden beiden met
mogelijkheid slechts maken konden.
3. Maar behalve hoenders, ganzen, eenden , talingen,
kweekte men ook paauwen en ten tijde van Palladius fesanten.
4. Mevrouw beklaagde niets zoozeer, dan dat zij niet
het tooverwoordje van voor haren naam zetten kon.
5. „Uw vermogen moet al eene zonderlinge eigenschap
bezitten van steeds van zelf weder aan te groeijen."
6. Maar te grooter was de afschrik van het meisje,
toen het de menschen leerde kennen, die het omringden.
7. Eene golf stroomde van de zee in deze enge bogt
en voerde talrijke voorwerpen, kisten en booten aan land,
— allen dingen welken deze lieden welkom waren. —
„Eene rat in den val," riep de wachthebbende man eens-
klaps uit. „Een groot Oostindievaarder is nog slechts
„naauwelijks eene mijl van de kust in de zee."
8. Wie onzer betreedt niet met een hooger gevoel