Boekgegevens
Titel: Opstellen met fouten tegen woordgronding, woordvoeging, stijl, enz.
Auteur: Bomhoff, Derk
Uitgave: Zutphen: A.E.C. van Someren, 1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 679 G 54
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204126
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Opstellen, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Opstellen met fouten tegen woordgronding, woordvoeging, stijl, enz.
Vorige scan Volgende scanScanned page
65
44.
Men leest nergends, dat den hertog van Parma iets
gedaan hebbe, om de vreedheden van zijn soldaten in
maestricht te keer te gaan; eindlijk verbood hij de ver-
dere plundering, toen er zeker niets meer te roven over
was. Meer als 4000 inwoonders vonden in die drie dagen
van moord en roof den dood. Een gelijk getal, was reeds
vroeger gedurende de belegering omgekomen, en meer
als 1700 vrouwen en meisjens deelden het lot van de
mans. Het verlies van het koninglijke heir in de loop
der vier maandsche belegering schat Strada veel te laag
op 2500 strijderen. Er waren alleen 34 hoofd offisiers
gevallen. Der overwinnaren buit bedroeg, gelijk men
wil, meer als een millioen goud gulden.
Den hertog hield een plechtigen intocht in de met
bloed, lijken en puin gevulde stad. Hij zat, uit hoofde
van zijn noch voortdurende zieklijkheid op een met purperen
kleeden behangenen, van vier spaansche offisiers gedragenen
en van de voornaamste legerhoofden omringde stoel. Het
geheele heer ging met krijgspraal voor uit, en den lijf-
wagt in pragtige wapenrusting sloot de trein, wiens glans
en gewoel treffende afstak bij de aaklijke stilte in de ver-
overde stad.
45.
Van de ganse talrijke bevolking van de plaats overleefde
slechts 300 burgeren de verovering, en dezen wierden
weldra door honger en gebrek verdreeven. Lang lag Maas-
tricht leêdig en woest en werdt enkeld door soldaten be-
woont, welke de ledige huizen afbraken en het houdwerk
gebruikten tot brandstof. Eenige landlui en een aantal Lui-
kers, welke zich derwaards begaven, hebben de verwoeste
plaats in het vervolg eerst weeder opgebout en bevolkt.
5