Boekgegevens
Titel: Opstellen met fouten tegen woordgronding, woordvoeging, stijl, enz.
Auteur: Bomhoff, Derk
Uitgave: Zutphen: A.E.C. van Someren, 1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 679 G 54
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204126
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Opstellen, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Opstellen met fouten tegen woordgronding, woordvoeging, stijl, enz.
Vorige scan Volgende scanScanned page
59
dracht onder de burgers en krijgslui weer herstelt, en
de moed der laatste door de belofte versterkt van een
zeker ontzet. Beide partijen hadden op nieuws tot een
standvastige verdediging zich vereenigt, en de gerefor-
meerde geloofsgenoten in de stad deden alles, om bij dit
voornemen hun te doen blijven. De opeising van de vij-
andlijke veldheer wierd met trotsheid afgeweezen.
35.
Tapin hadt der bezetting een spoedige ontzet toegezeid
en daardoor tot hun pligt teruggebracht; doch hoe onze-
ker was van deze belofte de vervulling ! Weliswaar had-
den reeds vroeger de bevelhebbers den prins van Oranje
de hachlijke toestand der stad gemeld en denzelven om
spoedige hulp verzogt; weliswaar schilderde den prins en
den aardshertog de staten generaal het dreigende gevaar
van Maastricht en de nadeelige gevolgen van het verlies
van een zoo gewigtige plaats met de levendigste kleuren;
maar nimmer had oneenigheid en verwarring in de open-
baren aangelegenheden van de nederlanden en in de verga-
dering der staten zoo zeer gehcerscht, dan juist thands.
Men beraadslaagde over de middels, om het bedrijgde
Maestricht te redden, zonder een besluit nemen te kun-
nen, en koos eindlijk na lange beraadslagingen het meest
onzekere en meest ondoelmatige van allen. De afgevaar-
digde der staten op het congres te Keulen, dit groote
klugtspel, waardoor de vijanden van de Nederlandse
vrijheid niet de zegen der vrede, maar de vlammen van
den tweedracht over de afgevallen provincies te verbreide
poogden, kregen bevel, om bij den hertog van Terranova,
de bevolmachtigde van Philippus II op het kongres, daarop
aantedringen, dat de belegering van Maestricht of tot het
sluiten van de vredesonderhandelingen rusten of de stad