Boekgegevens
Titel: Opstellen met fouten tegen woordgronding, woordvoeging, stijl, enz.
Auteur: Bomhoff, Derk
Uitgave: Zutphen: A.E.C. van Someren, 1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 679 G 54
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204126
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Opstellen, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Opstellen met fouten tegen woordgronding, woordvoeging, stijl, enz.
Vorige scan Volgende scanScanned page
58
tooit, het geschut er over gebracht, en de vyandige cou-
pure uit tien kartouwen beschooten. Wel dra lei een ge-
deelte der halve maan vernielt, en stormender hand stel-
den de spanjaarts zich in het bezit van dit werk, na een
bloedige strijd van twee ure , waarin den kapitein Tapin
een gevarelijke wonde bekwam. De belegerden keerde na
de binnen wal terug, den laatsten toevlucht voor hun
dapperheid.
Den toestand der stad was thands ten uitersten hach-
lijk. De voorraad van allerleien aard was aanmerklijk
vermindert, en het ontbrak voor al aan kruit, de onont-
beerlijkste behoefte naast het brood. Het grootste gedeelte
van de werken bevondt zich in de macht van de vijan-
den, en twee derde deelen der bezetting was bij hare
verdediging gevallen. Het overschot van de soldaten, be-
vangen door kleinmoedigheid en hooploosheid, wenschte
in onderhandeling met de vijanden te treden. Maar de
gewapende burgers, de landmannen, ja zelfs vrouwen en
knapen hadden een plechtigen eed gezwooren, de stad tot
de laatste man te zullen verdedigen, en dreigden den krijgs-
lieden , hun als verraders te zullen behandelen, zoo zij
nog een enkeld woord van overgave repte.
34.
Den hertoch van Parma Avas door een overlooper op
het naauwkeurigst van alle deze omstandigheden onder-
richt. Hij wenschte de stad voor de koning te behouden,
en de verwoestingen van een bestorming van ze af te
wenden. „ Voor het laatste maal ," schreef hij de 3de
van de Zomermaand aan de burgerij en bezetting, „voor
het laatste maal bied ik U genade en verschooning aan,
indien gij onverwijlt onder de heerschappij van U regt-
matige vorst terugkeert," — Maar Tapin had de ëén-