Boekgegevens
Titel: Opstellen met fouten tegen woordgronding, woordvoeging, stijl, enz.
Auteur: Bomhoff, Derk
Uitgave: Zutphen: A.E.C. van Someren, 1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 679 G 54
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204126
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Opstellen, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Opstellen met fouten tegen woordgronding, woordvoeging, stijl, enz.
Vorige scan Volgende scanScanned page
56
ravelijn te vernielen, en een nieuwen, met moed en vol-
harding doorgezetten storm verdrijft de bezetting uit alle
deelen van het zelve, en levert de stormloopende Span-
jaards zelfs de hoofdgragt en de courtine in de handen.
Den vaanderig Camillo Manelli plante het eerst den spaan-
schen bannier op de wal, en Alexander, welks opmerk-
zaamheid geen uitstekende daad ontging, hing de brave
jongeling met eigen hand een gouden keten om , en ver-
hefte hem tot kaptein over een vaandel walen.
31.
Thands eindlijk zaggen zich de spanjaards in 't bezit
des hoofdwals; dog een nieuwe coupure, een reeks van
nieuwe werken verhefte zich achter de ouden, en er wa-
ren vernieuwde aanvallen en inspanningen nodig, om van
deze tweede inwendige vesting zich meester te maken. In
die, in buitengewoone voorbeelden van lange en heldhaftige
verdedigingen van beleegerde plaatsen zoo rijke tijden ,
wier krijgsgeschiedenis, bij de vergelijking met die der te-
genwoordige eeuw, onder zoo vele wonderbare contrasten
ook dezen oplevert, dat toenmaals de grootste veldheren
en de dapperste soldaten niet zelden de inname eener en-
kele vesting meer opoffering van tijd en krachten koste,
als tegenwoordig de verovering van een geheel, door tal-
rijke beschaafde volken bewoond land, — in die tijden
was het de gewoonte, dat de "belegerden, zoodra er bres
wierd geschoten een coupure achter de hoofdwal maakte,
welke of in de vorm van een halve maan voordliep, of
ook uitspringende hoeken en de gedaante van een nieuwe
veelhoek had, al na mate de aanvallen van de belegeraren
of tegen een bolwerk of tegen een courtine gericht waren.
Zulk een coupure in de gedaante van een halven maan
en met eenen gracht van dertig voeten , hadden ook de-