Boekgegevens
Titel: Opstellen met fouten tegen woordgronding, woordvoeging, stijl, enz.
Auteur: Bomhoff, Derk
Uitgave: Zutphen: A.E.C. van Someren, 1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 679 G 54
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204126
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Opstellen, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Opstellen met fouten tegen woordgronding, woordvoeging, stijl, enz.
Vorige scan Volgende scanScanned page
55
29.
De graven van Nassouw en Hohenlohe hadden een
klein korps op de beenen gehragt, en naderden de be-
knelde stad, om ze, zoo mooglijk, hulp te brengen, maar
de vastheid van de vijandelijke legerplaats, schrikte hun
van alle pogingen af, en zij trokken weer terug, zonder
Maastricht eenig voordeel te hebben gebragt door haar
beweging. Het beschieten van de stad duurde onafgebro-
ken voord en de koninglijken trachten door doelmatige
aangelegene loopgraven, de werken hoe langs zoo meer
te naderen.
De belegerde hadden een sterke ravelcin aangelegen
voor de Brusselsche poort, dat met uit valpoorten, kaze-
matten en dubbelde retiraden voorzien was en van grach-
ten en palissades omgeven. Eene zeer naauwe ingang
verhoudt het met de Brusselse poort , wier doorgang
eene grootere en drie kleiner toorns beschermde.
30.
Tegen dit werk liet Alexander een kat oprigten van
verbazende hoogte, die gebouwt werd uit ingehijde palen
en rijswerk met daar tusschen gestampte aarde.
In het vierkant had zij 115 en in de hoogte 135 voe-
ten en was vóórzien van een borstweering en met drie
kanons bezet , die niet slechts het ravelijn bestreeken,
maar ook een gedeelte dér stad, in zonderheid de zoo
genoemde Groote Straat; en de huizen vernielden. Vijf
weken lang werd van dit werk het ravelein beschoten,
en er verliep geen enkelen dag, dat er niet ten minsten
20 mannen aan beide zijden vielen.
Door geschut en mijnen, van welke de belegeraren er
gedurende dit beleg van tijd tot tijd tweeëntwintig deden
■ springen, gelukte het hen eindlijk, een gedeelte van 't