Boekgegevens
Titel: Opstellen met fouten tegen woordgronding, woordvoeging, stijl, enz.
Auteur: Bomhoff, Derk
Uitgave: Zutphen: A.E.C. van Someren, 1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 679 G 54
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204126
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Opstellen, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Opstellen met fouten tegen woordgronding, woordvoeging, stijl, enz.
Vorige scan Volgende scanScanned page
42
zijde van hare mannen en geliefden weten te vcgten en te
sterven. Schwarzenburg zelf was een koen en onverzaag-
den krijgsman, en onder zijn' offisieren bevondden zich even
zoo wakkere mannen. Boven allen overigen onderscheide
zich Tapin, en Moncada, eenen Spanjaard, welke uit den
koninglijken in den Nederlandsche dienst was overge-
gaan, en de prins van Oranje reeds verschijden jaren als
krijgsbouwmeester gedient had. Overal vinden wij gedu-
rende de belegering deze beide dapperen, als leidende ge-
niussen, aan de spits van hun wapenbroeders.
11.
In deze toestand en stemming vond den hertog van
Parma de stad en derzelver bewoners, als hij verscheen
in haar nabijheid. Na 't verdrijven van eenige drommen
ligte vijandige troepen, die de ommestreken van Maas-
tricht verwoesteden, om zijn leger de middelen tot haar
onderhoud moeilijk te maken, berende hij de stad, ter-
wijl Mondragone met een afzonderlijk corps het stedeken
Wijck insloot. Twee bruggen, boven en beneden de stad
over den Maas geslagen, onderhielden de gemeenschap
tusschen beide legerbendes, en slooten tegelijk de bele-
gerden de rivier en benamen hen het uitzigt, om door mid-
del van dezelve manschap en voorraad binnen te brengen.
Vier groote schanssen, aangeleid op de brabantsche
zijde zouden de stad van de vereniging met de naburige
landschappen beroven; maar het ontbrak aan arbeideren
tot het aanleggen dezer werken; want de schansgraveren,
welke den Graaf van Mansfeld in het lukzemburchsche
opriep, wazzen noch niet aangekomen, en de bewoners
van de naburige dorpen had de vrees voor de mishande-
lingen van de spaansche krijgsmannen verjaagt.