Boekgegevens
Titel: Opstellen met fouten tegen woordgronding, woordvoeging, stijl, enz.
Auteur: Bomhoff, Derk
Uitgave: Zutphen: A.E.C. van Someren, 1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 679 G 54
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204126
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Opstellen, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Opstellen met fouten tegen woordgronding, woordvoeging, stijl, enz.
Vorige scan Volgende scanScanned page
39
6.
Den spaanschen veldheer had antwerpen genadert. Zes
en twintig vaandelen staatsche krijgslien, Engelschen,
•Schotten, Franschen, en walen, onder Lanone, Argen-
tiliën, Mouy en Norris, stonden in het vlok Burgerhout
in de nabijheid dier stad verschansd. Parma besloot, dit
corps te overvallen. In de flakte voor Burgerhout verdeelt
hij zijn heer in twee benden , waarvan het eene tot den
aanval van het vlek en het andere tot reserve en tot het
observeeren van autwerpen bestemd is. De laatste, uit de
Duitsehe regimenten Altems en Fronsberg bestaande, vormt
zich tot een karré , door Spaansche schutters en ruiteren
als met een levendige borstweering omgeven.
Gene, uit het overschot der troepen zaamgestelt, breekt
pp in vier colommen, onder Gonzaga, Delmonte, Figueroa,
en Hautepenne, in de diepste stilte na Burgerhout. Elke
colom heeft bij haar een draagbare brug, om over den
gragt te komen, welke het vlek omgaf. Den aauval gelukt
en de overmacht der koninglijken noodzaakt het Neder-
landsehe krijgsvolk, om de plaats te ontruimen. Vechtende
en van de spanjaarts vervolgt, trekt het onder de bescher-
mende wallen van antwerpen te rug. Hier ondstont een
hartnekkig gevecht. De gantse stad geraakte door de na-
bijheid des vijands in beweging.
7.
Ieder sneld ten wapen. Alle schanssen worden met be-
wapende mannen aangevult, en het geschut van de wal-
len donderd op de spanjerts needer. Den aardshertog en
den prins van Oranje zelve begeven zich na de hoofdwal
en deelen de noodige beveelen uit. Tot den avend duurde
de strijdt. Eenige honderde van de vechtende, van beide
parteijen, bedekten de strijdplaas. De volgende morgen