Boekgegevens
Titel: Opstellen met fouten tegen woordgronding, woordvoeging, stijl, enz.
Auteur: Bomhoff, Derk
Uitgave: Zutphen: A.E.C. van Someren, 1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 679 G 54
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204126
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Opstellen, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Opstellen met fouten tegen woordgronding, woordvoeging, stijl, enz.
Vorige scan Volgende scanScanned page
23
weeken hadt men geen brood meer gehad: alleen de
kraamvrouwen ontfingen daaglijksch een half pond be-
schuit. Paardenvleesch en kattenvlees waren lekkerneijen,
welken men slechts nu en dan op de tafelen der rijke
zag. Vele voorname vrouwen slagten haar schoothondjes
en atten hen op.
De ärmeren voeden zich met boomblaren en stuk ge-
sneden huiden ; schepten het geronnene bloed uit de
gooten en verslindden het, of krabden oude beenders
uit de mesthopen en knaagden aan hen. In de plaats
van het bier werd er eenen drank van haverbolsteren of
bedorven moud met alsem genooten, of men dronk water
met azein vermengt. De kinders kwammen van gebrek
om, en zuigelingen versmachten aan de leedige borsten
van de moederen. Dikwijls vont men moeder en kind
ontzielt,
40.
Vijftien arme lieden, die men op hun smeken uit de
stad lied gaan, om de hongerdood die hun wachte te
ontgaan , werden door de spanjaarts naakt na hun
jammervolle kerker teruggejaagt. Het verschriklijke ge-
volg van het gebrek was een pestaartige ziekte, die niet
weiniger als 6000 menschen in de graven sleepte. De over-
blijvende, verzwakt van honger, hadden naaulijks kracht
genoech, om der overledenen leiken te begraven.
Eens zag men een dood lijk, dat in de straat gevon-
den was, rechtop voor de woning van een van de bur-
gemeesteren gezet , als het ware om de bezitter des
huis door dit schrikbeeld tot het doen ophouden van de
algemene elende te noopen. Ook de vijligheid van de
stad leedt onder deze omstandigheden; posten, die te vo-
ren met tien mannen bezet werden, können thans te