Boekgegevens
Titel: Opstellen met fouten tegen woordgronding, woordvoeging, stijl, enz.
Auteur: Bomhoff, Derk
Uitgave: Zutphen: A.E.C. van Someren, 1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 679 G 54
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204126
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Opstellen, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Opstellen met fouten tegen woordgronding, woordvoeging, stijl, enz.
Vorige scan Volgende scanScanned page
19
jaarts, toen zij door deze wierden aangezocht, de stad
overtegeven, om van gebrek niet om te komen, — „ wij
„hebben eenen linker arm, die kunnen wij verteeren,
„wanneer wij honger hebben; want slegts de regter ge-
„bruiken wij ter onzer verdediging! liever geven wij
„de stad aan de vlam prijs en verlaten de rokende
„puinhopen (22. september), eer wij de dwinglandei
„ uwer beulen verduren!" De vrouwen, door de voor-
stelling van de mishandelingen van de spaansche krijchs-
lieden, die zij bij de val van de stad hadden te ver-
wachten , tot wanhoop gebracht, versterkten hun echt-
genoten en zoons in het heldhaftige besluit, eer het
uiterst te lijden, als zich overtegeven.
33.
De spaansche partei onder de inwooneren zettede
daarintegen zijne pogingen en heimlijke kuiperijen voort,
om Leiden te brengen in de macht van de vijand; en
om zoo veel te zekerder dit boosaardige plan uit te
voêren, stelden zij alles te werk, om bij de burgerij
de raad verdacht te maken en de banden van het we-
derkerig vertrouwen door argwaan los te maken. Het
kwam zo ver eindlijk, dat de voorslag wierd gemaakt
in hare geheime vergaderingen, om tot een onderhan-
deling met de belegeraars de raad met de wapenen in
de hand te dwingen.
Een getrouwe begijn ontdekte gelukkiglijk, welke ge-
luisterd hadt in de onheil spellende samenkomsten van
de verraders, hun gevaarlijke plans, en door wijze
maatregels van voorzigtigheid werden zij verijdelt. Maar
terwijl de stad daardoor van een gevaar werd bevrijd,
hetwelk in haar boezem haar bedreigde, stondt zij op het
punt, om te bezwijken voor een andere niet geringere.