Boekgegevens
Titel: Opstellen met fouten tegen woordgronding, woordvoeging, stijl, enz.
Auteur: Bomhoff, Derk
Uitgave: Zutphen: A.E.C. van Someren, 1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 679 G 54
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204126
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Opstellen, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Opstellen met fouten tegen woordgronding, woordvoeging, stijl, enz.
Vorige scan Volgende scanScanned page
13
bodemen hadden, door riemen bewoogon werden en op
het voorste en achterste gedeelte een kannon voerden.
23.
Bij deze vloot voegden zich noch vier groote koorn-
schuiten, welke op bevel des prins te Delft uitgerust
wierden. Zij waren met blinden van dubbelde planken
verzien, die met oude natte zakken waren opgevuld,
om hen tegen de werking van de kanonnen te bevijligen;
daar bij voerden zij muurbrekers en grof geschut.
Bij al deze vaartuigen kwamen eindlijk noch een soort
van drijvende batterei, breed en van vore sterk met ijzer
beslagen, een zoogenoemden ijsbreker, waar men bij het
open maken van toegevrozen water zich van pleeg te be-
dienen. Zij ruste op twee aan één gevoegde schepen,
was met verscheiden vuurmonden verzien, en wierd niet
door riemen en zeilen, doch door raden beweegd, die
door twalef man werden gedraaid. Dit zonderling vaar-
tuig, dat de naam de Ark van Delft ontvong, was rond-
som bedekt en tegen musketkogelen schotvrij; vijftig man
konden zich daar op verdedigen, en zijne bestemming was,
de overtocht over de Schie te forceeren.
24.
In den begin van herfstmaand kwam het Zeeuwsch
hulpescader, gevoórt door Boisot "Wilhelmson en Joost
de Moor, en met 800 zeemannen en 100 ijzere en me-
tale vuurmonden bezet, voor anker bij Eotterdam, om
met de Hollandse armada zich te vereenigen. De zeeuwse
manschappen wekten door haar schrikklijk voorkomen
algemeene verbazing op. Door den eeuwigen oorlog ver-
wilderd, welke zij voerden, en woest gelijk het element,
hetwelk zij als hun woonplaats beschouwden, leverden
zelf de lichamen dezer menschen levendige en ijzingwek-