Boekgegevens
Titel: Opstellen met fouten tegen woordgronding, woordvoeging, stijl, enz.
Auteur: Bomhoff, Derk
Uitgave: Zutphen: A.E.C. van Someren, 1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 679 G 54
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204126
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Opstellen, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Opstellen met fouten tegen woordgronding, woordvoeging, stijl, enz.
Vorige scan Volgende scanScanned page
Aan ketters en oproerelingen hoeft men zijn woord niet
te houwen. Een groot wit blad papier waar niets op stond
als het Latijnsch versch:
Fistula dulce canit, dum volucrem decipit auceps.
was hun geheel andwoord aan de vijandelijke veldheer;
en daarmee waren alle vredeönderhandelingen op eens
afgebroken, en honger en zwaart moesten beslisschen
over het lot van de stad.
13.
Meer ingang, als de vijandlijke aanzoeken, tot de
overgaaf, vonden de vermaningen tot dapperheid en vol-
harding, die den prins van oranje van tijd tot tijd de be-
legerden deed toekomen. Zij verheften de moet der laas-
ten en sterkten hunne volharding en geduld in 't verdra-
gen van de gevaren en moeilijkheden der oorlog, met welke
de meesten van hun, welker werksaamheid zich tot nu
.voor het grootste gedeelte slechts tot vreedsame beroepen
hadden bepaald, noch niet bekend geweest waren. Zij
waagden gedurige uitvallen, nuw eens op de werken van
de belegeraren, dan weder op de toevoeren voor het
vijandelijke leger bestemd; en het gebeurde niet zelden,
dat deze kleine ondernemingen met een gelukkig gevolg
bekroond werden.
U.
Het gelukte hen, zich van den vijandelijken schans bij
Boshuizen en van een' anderen voor de Ruisberger poort,
welke de toegang tot de moestuinen der stad sloot,
meesters te maken. Dog tegen de vreesselijke vijand welke
in haar midden woede en dagelijksch verscheen in een
dreigendere houding, vermochten zij med alle hunne dap-
perheid en inspanning niets. De weinige noch ovrigen