Boekgegevens
Titel: Opstellen met fouten tegen woordgronding, woordvoeging, stijl, enz.
Auteur: Bomhoff, Derk
Uitgave: Zutphen: A.E.C. van Someren, 1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 679 G 54
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204126
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Opstellen, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Opstellen met fouten tegen woordgronding, woordvoeging, stijl, enz.
Vorige scan Volgende scanScanned page
93
216. Terwijl voor hen (de inwoners van Stratford) het
huis en het graf van Shakespeare zeer alledaagsche
dingen zijn, zien zij vreemdelingen van alle natiën, rangen
of kunne, die allen door ééne en dezelfde geestdrift voor
dien klassieken grond zijn bezield. Zij zien binnen de muren
van hun stadje, koningen, koninginnen, prinsen, edellieden,
hooge geestelijken, staatslieden, wijsgeeren en dichters,
zich buigen voor de majesteit van dit groot vernuft, wiens
glans over geheel de beschaafde wereld blinkt.
217. Zij gaven aanleiding tot het ontstaan van scholen
en kerken, en ieder hunner werd aangebeden of gehaat,
al naar gelang van de opvoeding, ontwikkeling, smaak en
karakter van diegenen, die hen beoordeelen.
218. Langzamerhand naderden wij de plaats, waar
de ongelukkige zich bevond, waarvan mijn vriend had
gesproken. Het was een nette woning, die midden in een
tuin was gelegen.
219. Het is daarom van groot belang te achten, dat
meerdere zaakkundigen zich reeds eenigzins vroegtijdig
opgewekt gevoelen hunne denkbeelden daarover aan het
publiek mede te deelen.
220. Vooral zal het wel niet ondoelmatig worden ge-
acht, het verslag van het werk van den heer v. V. te
doen vergezeld gaan van eene beknopte aanwijzing van
sommige punten van zijn werk en dat van den heer v. S.
221. Natuurlijk zou een gevaarlijk geacht persoon tijdens
de instructie zijner zaak gevangen moeten kunnen worden
gehouden.
222. Sedert Geertruids vader was gestorven, was
Koenraad de steun der weduwe en van hare dochter geweest.
223. Heemskerk zeide tot hen: „Wanneer gij geene
burgers van Nova-Zembla wilt blijven, maar weldra in