Boekgegevens
Titel: Opstellen met fouten tegen woordgronding, woordvoeging, stijl, enz.
Auteur: Bomhoff, Derk
Uitgave: Zutphen: A.E.C. van Someren, 1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 679 G 54
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204126
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Opstellen, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Opstellen met fouten tegen woordgronding, woordvoeging, stijl, enz.
Vorige scan Volgende scanScanned page
92
leen om het historisch feit, dat zg voorstellen, bewaard
zijn gebleven.
208. Hun gezond en opgeruimd voorkomen zou ons ook
zonder de opmerking van onzen Duitschen voorganger ge-
troffen hebben.
209. Het land strekt zich ten noorden tusschen de
vallei van ChelifF en ten zuiden tot aan de woestijn over
eene lengte van vijftien mijlen uit. Het is eene uitgestrekte
vereeniging van bergen, die zich allen naar den rotsachti-
gen grond in het midden uitstrekken.
210. Tien minuten werden aan de infanteriesoldaten
geschonken, om uit te rusten van de verschrikkelijke
zwaarte van hun bagage, waarbij nog acht dagen levens-
middelen gevoegd waren.
211. Velen dezer bleven op de plaats dood, terwijl
de anderen op de vlugt gejaagd werden, en kwamen wij
met eene gevondene kudde terug, waarvan enkelen ge-
dood en anderen gewond waren.
212. Houd u eens voor een kleine tent stil en zie
den kompagnie-kommandant; men brengt hem krabben,
schildpadden, en al die dieren zonder naam, doch die de
ondervinding heeft doen leeren, dat zich zonder eenige
vrees laten eten. Of wel komen zij van hem met hun
met ossenbloed gevulden etensbak terug.
213. Deze strijd geëindigd zijnde, had de kleine Fransche
troep alle hinderpalen verbroken, en door deze bergeng-
ten des doods, zooals de Kabylen ze noemden, getrokken,
had zij waardiglijk haar onden roem gehandhaafd.
214. De losgelatene stoom waarschuwde ons om 't boord
te verlaten, dat ons zoo lang gevangen gehouden had.
215. Ik hoop zelfs dat er niemand onder u is, wien
het geweten aanklaagt van door onedele drijfveeren ver-
voerd te worden.