Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der aardrijkskunde
Auteur: Best, P.
Uitgave: Zwolle: W.E.J. Tjeenk Willink, 1884
32e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 1664
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204101
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: (sociale) geografie: algemeen
Trefwoord: Geografie, Leerplannen
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der aardrijkskunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
aaudrukskundl-:. o
Kiisf is het land langs de zee.
Oever is het land langs de rivieren en meren.
Strand is de kustzoom, die bij den vloed bedekt wordt.
Zee is eene groote uitgestrektheid van zout water, die het vaste land
en de eilanden omspoelt.
Golf is een inloop van de zee in het land.
Baai is een golf, die minder diep in het land dringt.
Straat is eene nauwe zee tnsschen twee landen.
Ueede is eene veilige ankerplaats voor de kust.
Meer is een water, dat geheel door land omringd is.
Hivie'r is een strooraend zoet water, dat in zee, in een meer of in
eene andere rivier uitloopt.
Als eene rivier meerdere rivieren in zich opneemt, heet zij soms .«ifrooM,
en de rivieren, die in haar uitloopen, neven- oi zijrivieren oi hij stroomen.
De rivieren, welke haren oorsprong in eene andere rivier hebben,
heeten takken of armen.
De dampkring is de luoht, welke de vaste aarde aan alle zijden omringt.
Wind is de beweging van de dampkringslucht.
De wind wordt onderscheiden naar zijne kracht of snelheid en naar de
streek, waaruit hij waait.
Naar zijne kracht of snelheid wordt de wind onderscheiden in stilte,
koelte, sterken wind, storm en orkaan.
Naar de streek, waaruit hij waait, wordt hij genoemd Noorden-,
Oosten-, Zuiden- en Westenwind, benevens naar de verschillende streken,
die daartusschen liggen.
Winden, die steeds uit dezelfde streek waaien, heeten bestendige of
regelmatige winden (passaten); winden, die op gezette tijden uit ééne
streek waaien, heeten periodieke winden, b. v. de moesons.
In den dampkring hebben verschillende verschijnsels plaats, als: regen,
dauw, hagel, sneeuw, de regenboog, het onweder en het noorderlicht.
staatku2jü1ge aardrijksbeschrijving.
Bij de staatkundige aardrijksbeschrijving komt in de eerste plaats in
aanmerking het land onzer geboorte, vervolgens het werelddeel, dat wij
bewonen; daarop volgen de overige deelen der aarde.