Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der aardrijkskunde
Auteur: Best, P.
Uitgave: Zwolle: W.E.J. Tjeenk Willink, 1884
32e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 1664
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204101
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: (sociale) geografie: algemeen
Trefwoord: Geografie, Leerplannen
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der aardrijkskunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
4 GIIONDIJEGINSELEN DER
De Evenaar of Linie deelt de aarde in een Noordelijk- en een Zuide-
lijk halfrond.
De ligging van eene plaats op de aarde wordt bepaald door den afstand,
welken zij heeft van een der meridianen en van den evenaar.
De afstand, dien eene plaats heeft van een der meridianen, heet lengte.
De afstand, dien eene plaats heeft van den evenaar, heet breedte.
De meridiaan, van welken men den afstand eener plaats berekent, heet
Herste Meridiaan. Doorgaans neemt men daartoe den meridiaan, die
over Greenwich of dien, welke over het eiland Ferro gaaf.
De lengte wordt onderscheiden in Ooster- en Westerlengte (O. L. en W. L.).
De breedte in Noorder- en Zuiderbreedte (N. B. en Z. B.).
Door de keerkringen en poolcirkels wordt de aarde in 5 deelen ver-
deeld, welke luchtstreken genoemd worden.
Tusschen beide keerkringen ligt de heete luchtstreek, tusschen de keer-
kringen en de poolcirkels zijn de gematigde —, en binnen de poolcirkels
de Icoude luchtstreken gelegen.
NATUURKUNDIGE AARDRIJKSKUNDE.
De oppervlakte der aarde wordt verdeeld in land en water. Jlen rekent
bijna \ water tegen ruim 4. land.
Naar de natuurlijke gesteldheid draeen het land en het water ver-
schillende benamingen.
De namen aan het land gegeven, zijn: vastland, eiland, schiereiland,
landengte, kaap, berg, gebergte, heuvel, duin, dal, oever, kust, strand enz
De namen aan het water gegeven, zijn: zee, golf, baai, straat, haven,
reede, meer, rivier, bron enz.
Vastland is eene uitgestrektheid lands van groote oppervlakte
Eiland is een kleiner stuk land, dat geheel door water omringd is.
Schiereiland is een land, dat bijna geheel door water omringd is.
Landengte is de smalle strook lands, die een schiereiland aan het vaste-
land verbindt.
Kaap is eene vooruitstekende punt van het land in de zee.
Be-rg is eene aanmerkelijke verhevenheid van de oppervlakte der aarde.
Gehe-rgte is eene aaneenschakeling van bergen.
Heuvel is een verhevenheid van geringe hoogte.
Duin is een heuvel van zand aan de kust.
Dal is het lage land tusschen de bergen.