Boekgegevens
Titel: Grondbeginselen der aardrijkskunde
Auteur: Best, P.
Uitgave: Zwolle: W.E.J. Tjeenk Willink, 1884
32e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 1664
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204101
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: (sociale) geografie: algemeen
Trefwoord: Geografie, Leerplannen
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grondbeginselen der aardrijkskunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
aardrijkskunde. 9
beid der zee, de vele binnenwateren en de heerschende Zuidwesten- en
Westenwinden is de lucht meestal zeer vochtig, zoodat regen en mist
dikwijls voorkomen. Toch is het klimaat niet ongezond.
Grondsgesteldheid. Ons land is eene laagvlakte; de bodem ligt over
't algemeen het laagst in 't Noorden en Westen en wordt naar 't Zuiden
en Oosten gaandeweg hooger. De hoogste gronden liggen in 't Zuid-
oosten van Limburg. Enkele heuvels, veelal bergen genoemd, verheffen
zich in die hoogere streken. — Naar de samenstelling onderscheidt men
klei- en zandgrond en venen; naar 't gebruik dat er van gemaakt wordt:
bouwland, weiland, boschgrond, woeste grond enz. (Zie verder bij de
afzonderlijke beschrijving der provincies).
Voortj5RENgselen. Nederland levert uit het dierenrijk; paarden,
rundvee (boter en kaas), vooral in Friesland' en Holland.; veel schapen in
Drente en op het eiland Tessel^ varkens, herten en reeën, hazen, konijnen,
vossen, wezels, tam en wild gevogelte, zee- en riviervisnh, bijen, enz.
Uit het plantenrijk: tarwe, rogge, gerst, haver, boekweit, maïs, erwten
en boonen, aardappels, moesgroenten, boomvruchten, beetwortels, cichorei-
wortels, vlas, hennep, oliezaden, tabak, hop, bloemen enz. Uit het
delfstoffenrijk: turf in Vriesland^ Groningen, Drente en Overijsel, ook
ia Vtrecht en beide Hollanden; steenkolen in Limburg; een weinig ijzer
in Gelderland en Overijsel; verder klei- en potaarde, schelp- en kluit-
kalk, zandsteen, keien enz.
Middelen van bestaan. Landbouw, veeteelt, handel, scheepvaart, nijver-
heid, visscherij en jacht.
Les.
Friesland.
In het N. en W. kleigrond (bouw-en weiland), in het midden laagveen
en vele meren (vee, visch), in het Z. en Z. O. zandgrond en hoogveen
(landbouw , bosch , turf).
Voornaamste plaatsen; Leeuwarden, Dokhim, Franeker, Harlingen,
Sneek, IJlst, Bolsward, Buitenpost, Drachten, Gorredijk, Appelscha,
Ileerenveen, de Joure en de Lemmer.
Leeuwarden, de nette hoofdstad van Friesland, heeft drukke vee- en
botermarkten, vele goud- en zilverwinkels, eene groote gevangenis. De
Prinsentuin is een veelbezochte uitspanningsplaats.
In de nabijheid van Dokkum, welke stad eene wol- en cichoreimarkt
heeft, werd Bonifacius vermoord.