Boekgegevens
Titel: Staatkundig Nederland: een woordenboek tot de biographische kaart van dien naam
Auteur: Scheltema, Jacobus
Uitgave: Te Amsterdam: J. ten Brink, Gerritsz, 1805-1806
Opmerking: Eerste deel: A-K. - 1805. Tweede deels eerste stuk: L-S. - 1806. Tweede deels tweede stuk: T-Z. - 1806
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 2318 C 1,2
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204073
Onderwerp: Algemene werken: nationale biografische woordenboeken
Trefwoord: Nederland, Biografische woordenboeken (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Staatkundig Nederland: een woordenboek tot de biographische kaart van dien naam
Vorige scan Volgende scanScanned page
1
S48 SW.
,, geene andere toevhgt en moet dus handelen,
„ naar ons v/elbehagen"
„ Onder de Overijsfelfchen was gerrit
„ swAAFKEN, Burgemeester te , mis-
j, fchien de eerde der bezending, en een man die
„ bij wijze voorzigtigheid met bevallige welfpre-
„ kendheid begaafd was. Hij nam door dit onbe-
t, zonnen gezegde bewogen het woord en zeide:
„ Mijn Heer de Drost en andere Heeren , aan ons
,f is immers door UI. de vrijheid van gaan en
,y komen toegekend, en gij vilt deze belofte zeker
„ houdenV Ja, geantwoord zijnde, hernam
hij, „ Mijn Heer de Drost, zoo de Hertog
„VAN GELDER en . Gyl. meent dat gij
„ onze duimen in den mond hebt en kunt toebijten ,
„ dan eischt de nood, dat wij ze terug trekken eer
„ wij gebeten worden. Overysfel is zulk eene
„ bruid, dat zij ligtelijk eenen anderen bruide-
„ gom zal bekomen en nu verklaar ik u ernstig,
„ Mijn Heer de Drost! dat de Hertog van
„ gelder nooit de heerjchappij over Over-
„ ysfel zal bekomen, en dat wij nu j'ehikkingen
,, op onze zaken zullen maken, die anders nim-
„ mer ons in de gedachten zouden gekomen zijn.
„ Zoo fcheidde men met verhitte gemoederen."
,, Men zegt dat de Hertog later, wanneer hij
„ boven alle verwachting de Staten van den
,, Utrechtfchen Bisfchop bij de Bourgondifche
„ gevoegd zag, zich zoude beklaagd hebben, dat
„ het ontijdig gebruik van trotfche woorden, de-
„ zen