Boekgegevens
Titel: Staatkundig Nederland: een woordenboek tot de biographische kaart van dien naam
Auteur: Scheltema, Jacobus
Uitgave: Te Amsterdam: J. ten Brink, Gerritsz, 1805-1806
Opmerking: Eerste deel: A-K. - 1805. Tweede deels eerste stuk: L-S. - 1806. Tweede deels tweede stuk: T-Z. - 1806
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 2318 C 1,2
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204073
Onderwerp: Algemene werken: nationale biografische woordenboeken
Trefwoord: Nederland, Biografische woordenboeken (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Staatkundig Nederland: een woordenboek tot de biographische kaart van dien naam
Vorige scan Volgende scanScanned page
sw.
347
door eene zeldzame tcgenwoonliglieid van geest,
de hoofdacteur was in een geval, het welk op
zich zelf gering, eenen onberckenbarcn invloed
heeft gehad op de gefchiedenis van ons land, en
het welk wij venneenen het best te kunnen ver-
halen, met de vertaling van de eigene woorden
van REVIUS, 1. c. p, 242.
Na een verhaal gegeven te hebben van de bin-
nenlandfche twisten in Overysjel, en van den ftrijd
der partijen voor de Gelderfchen en Bourgondiërs,
berigt hij, dat men eindelijk in 1527 zoo ver ge-
komen was, dat men moeste handelen tot onder-
werping aan dezen of genen Vorst en derhalve
van den Hertog van gelder had getragt te
vernemen, op welke voorwaarden dezelve het ge-
bied wilde aanvaarden en laat hier op volgen:
„Op 17 September kwamen de wederzijdfche
„ afgevaardigden te Appeldoorn bij een. Hier
werden hardere voorwaarden dan de vorigeu
„ door de Gelderfchen voorgefteld, waar over de
„ Overijsfelfchen verwonderd, ten gefleiden dage
„ alleen geantwoord hebben, dat men toedcmde
„ in die artikelen, welke de Hertog zelf als zijnen
uitdrukkelijken wil bepaald en met zijn zegel
„ bevestigd had; waar op b e r n d t van
„hackfortii, Dtost vau de Graaffchap
„ Zutphen, hun toevoegde: Gij 0\-erysfelfchen,
moet Vleten: dat de fluk by de deur ftaat, en
„ dat wij uwe duimen in onzen mond hebben en
„ kunnen toebijten, wanneer n-ij Killen, Gij hebt-
55

Ji