Boekgegevens
Titel: Staatkundig Nederland: een woordenboek tot de biographische kaart van dien naam
Auteur: Scheltema, Jacobus
Uitgave: Te Amsterdam: J. ten Brink, Gerritsz, 1805-1806
Opmerking: Eerste deel: A-K. - 1805. Tweede deels eerste stuk: L-S. - 1806. Tweede deels tweede stuk: T-Z. - 1806
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 2318 C 1,2
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204073
Onderwerp: Algemene werken: nationale biografische woordenboeken
Trefwoord: Nederland, Biografische woordenboeken (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Staatkundig Nederland: een woordenboek tot de biographische kaart van dien naam
Vorige scan Volgende scanScanned page
ST. 339
den naatkundigen werkkring verplaatst en tot lid
van de provifioneele Volksreprefentanten van Fries-
land benoemd , door deze naar den Haag gezon-
den en als Lid der Vergadering der Staten Generaal
verkoren. Hij behoorde onder de voorlhinders
van het Gewestelijk gezag, werkte tegen de daar-
ftelling van eene Nationale Vergadering , en is toen
gefteid tot het helpen ontwerpen van eene ver-
beterde Conftitutie voor Friesland alleen. Bij
de omwentelingen, die dit gewest in i796fchokten
bleef hij onaangeroerd, en werd benoemd als lid der
Nationale Vergadering. Hij raadde bij zijn af-
fcheid de beftuurders van Friesland o^^ f^cne. moe-
dige en deftige wijze tot gematigdlieid.
In den Haag gekomen werd hij lid van de
Commisfie tot het ontwerpen eener Staatsregeling
voor het gemeenebest, verwierf lof door wijsheid,
werd benoemd om op lo November 179Ö, het
ontwerp over te geven, en deed zulks met eene
deftige aanfpraak , die ook om de mannelijke
welfprekendheid bij de uitvoering bijzonder werd
toegejuichd. Deze redevoering is bewaard in het
Dagblad D. III. bl. 590. In 1797 keerde hij weder
te rug tot zijnen geliefden Itillen werkkring, leefde
vervolgens voor de wetenfchappen en voor zijne
vrienden, en daalde in 1804, na eenen zeer geze-
genden ouderdom beleefd te hebben, ten grave,
geroemd en betreurd door eiken vriend van we-
tenfchap, kunde en deugd. Hij was nimmer
gehuwd. Zijne zinfpreuk was: Senftm fcandendo.
Y 2 Zie