Boekgegevens
Titel: Staatkundig Nederland: een woordenboek tot de biographische kaart van dien naam
Auteur: Scheltema, Jacobus
Uitgave: Te Amsterdam: J. ten Brink, Gerritsz, 1805-1806
Opmerking: Eerste deel: A-K. - 1805. Tweede deels eerste stuk: L-S. - 1806. Tweede deels tweede stuk: T-Z. - 1806
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 2318 C 1,2
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204073
Onderwerp: Algemene werken: nationale biografische woordenboeken
Trefwoord: Nederland, Biografische woordenboeken (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Staatkundig Nederland: een woordenboek tot de biographische kaart van dien naam
Vorige scan Volgende scanScanned page
33a
SP.
vau dien tijd , zoo als de aliantien met "Enge-
land en Pruisfen , het deelnemen in de Con-
ventie van Pilnin, enz. De befchrijving en
beoordeeling van dit alles zij overgelaten aan vol-
gende tijden.
Natuurlijk was het, dat tegen den man, die in
zulken ftormtijd als wij beleefd hebben aan het
roer ftond, de ftem van velen zich verhief; Hij
bleef echter aan het roer, hoe groot het gevaar
van vervolging door partijgeest voor hem ook
mogte zijn, tot dat het hem uit de handen werd
genomen; door deze kloekmoedigheid rees zijne
waarde in het oog van zijne tegenftanders, dan
dezelve had voor hem bittere gevolgen. Hij
werd op 3 Februarij 1795 door polideke magt
gevangen genomen en federt onder verfchillende,
meer of min bezwarende, omftandigheden, gevangen
gehouden in de kasteilenij van den Hove \m Hol-
land, op het huis in het Haagfche bosch, op
de gevangenpoort en op het Kasteel te Woerden
tot in December 1798, wanneer hij zijn ontdag
niet aannam, dan met een deftig protest van
door gebruik tc maken v.n de destijds gegevene
amnestie, het regt om hem in hechtenis te nemen
en te houden niet te hebben erkend.
Sedert leefde hij bij zijn huisgezin te IJsfeU
ftein. In den zomer van 1799 trok hij naar Lin-
gen, alwaar destijds de Erfprins van orange
en vele uitgewekenen waren; hij ftierf aldaar op
7