Boekgegevens
Titel: Opstellen ter oefening in de Grieksche vormleer
Deel: 2 Verba op -mi en onregelmatige verba / door J.W. Beck
Auteur: Beck, J.W.; Wageningen, Jacobus van
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1893
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 112 : 1e dr. (dl II)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204062
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Opstellen ter oefening in de Grieksche vormleer
Vorige scan Volgende scanScanned page
74
Sardes uitgeleverde® + schatten werden door Cyrus onder'' zijne
soldaten verdeeld+. 7. Cyrus was aan zijne soldaten soldij schuldig
voor® meer® dan drie maanden; toen echter Epyaxa, de gemalin
van den koning der Ciliciërs, tot hem was gekomen + en hem
groote geldsommen (= veel geld) gebracht had + , betaalde hij +
den soldaten soldij voor vier maanden. 8. Blijf geen dank schul-
dig+'', dien* gij dadelijk dient te bewijzen (= bewezen wil®
worden). 9. Na Augustus'® dood** zeiden de Romeinen: Augustus
had niet geboren moeten worden of niet moeten sterven.
10. Icärus, Daedalus' zoon, viel+, toen* hij beproefde + met de
vleugels" van zijn vader te vliegen+ , in de zee, (eene gebeur-
tenis), waaraan w de Icarische zee" haar naam ontleend heeft^^+.
® xxpx-'èila//,!. 4 dativus. ® genet. ® T^éov. ' door den coni.
aor. met ® i^Jkkm c. inf. fut. ® 'o AilyovtTTog. oSrev. " é "IxJi-
piog TTÓvTog. icx^éw aor. pass. ro wTspóv. iaovov.
Herhaling.
90.
1. Zeer vele ongelukkigen*' vinden ^ hierin® (den) besten
troost'', dat God (het) wilde2. Wie is zoo onverstandig,
dat® hij in overvloed'' zou willen leven', zonder® een vriend te
hebben? 3. De Egyptenaar Amäsis kon er niet toe besluiten + ^
met Polycrates, als'" dezen iets overkwam+ ", hel leed te
deelen 4. Met de trouweloozen " en meineedigen " zal niemand
vriendschap willen ® sluiten 5. Toen Clearchus zijne soldaten
dwingen wilde verder te gaan, was hij bijnagesteenigd.
^ rx?.xiTrcopsu. ^ xP'^^f^'^'- ^ (congruentie!). ''ij Trxpxi^v^ix.
® ßov'Aop(,xi. ® o(TTic c. ind. fut. ' iv xCp^óvotg ßioreucc. ® où c. part.
® ièèXai. 'O cxv. " ttx^x^^ (jttx^ov). (xw-xXysu Ttvi. " XTritrroc.
sTriopnog (2). " (pixixq sli^i. ßix^ofixi imperf. (de conatu).
sAfVsü léu c. inf. aor. van kxtx-Xsùx.